De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een kind in een pleeggezin. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar het kind verblijft sinds december 2021 onder toezicht en in pleegzorg.
De GI lichtte toe dat het kind in het pleeggezin meer tot rust komt en speciaal onderwijs volgt. Er is sprake van wisselende wensen van het kind omtrent contact met de moeder, die moeizaam verloopt. De moeder ontkent beschuldigingen van mishandeling en pleit voor een netwerkplaatsing bij haar zus, die bereid is de zorg op zich te nemen.
De kinderrechter oordeelt dat een terugplaatsing naar de moeder nog niet in het belang van het kind is vanwege het lopende strafrechtelijk onderzoek en het ontbreken van zicht op de opvoedvaardigheden van de moeder. De moeder staat niet open voor begeleiding en uit dreigementen, wat de samenwerking bemoeilijkt. De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing wordt daarom noodzakelijk geacht.
De GI dient bij een volgend verzoek het perspectiefbesluit schriftelijk te onderbouwen. Ook wordt aanbevolen de mogelijkheden van de zus te onderzoeken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en mondeling uitgesproken op 1 augustus 2022.