Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verdere procesverloop
- het tussenvonnis van 11 februari 2022;
- het proces-verbaal van de gerechtelijke plaatsopneming van 30 maart 2022;
- de akte uitlaten van Woonstad;
- de akte uitlaten van [gedaagde];
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert Stichting Woonstad Rotterdam dat de onderhoudskosten van de groenvoorziening rondom het flatgebouw bij de bewoners in rekening mogen worden gebracht. De rechtbank heeft een gerechtelijke plaatsopneming verricht om de feitelijke situatie te beoordelen.
De kantonrechter constateert dat de tuin vanaf alle zijden vrijwel onbelemmerd toegankelijk is voor voetgangers, ondanks de aanwezigheid van slingerhekken die vooral bedoeld zijn om fietsers te weren. Verbodsborden zijn aanwezig maar onvoldoende duidelijk en niet prominent geplaatst om de toegang te verbieden. Daarnaast is er een ruime doorgang aan de zijde van de straat die vrij toegankelijk is zonder belemmeringen of exclusiviteitsindicaties.
Tijdens de plaatsopneming bleek de groenvoorziening een veelgebruikte doorgangsroute voor buurtbewoners. De kantonrechter concludeert dat de groenvoorziening een openbaar karakter heeft en niet als onroerende aanhorigheid bij het gehuurde kan worden beschouwd. Hierdoor ontleent de huurder het genot van de tuin aan de openbare bestemming en niet aan de huurovereenkomst, zodat Woonstad geen servicekosten kan verhalen.
De vorderingen van Woonstad worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vorderingen van Woonstad worden afgewezen omdat de groenvoorziening een openbaar karakter heeft en geen onderdeel is van het gehuurde.