ECLI:NL:RBROT:2022:7035
Rechtbank Rotterdam
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen bestuurlijke boete wegens ontbreken huisvestingsvergunning
Op 6 juni 2019 constateerde een controle dat een woning werd bewoond zonder huisvestingsvergunning. Het college legde een bestuurlijke boete op aan eiseres, die werd aangemerkt als eigenaar en verhuurder van de woning. Eiseres stelde dat zij ten onrechte als overtreder was aangemerkt, omdat de woning eigendom was van een rechtspersoon die haar had gemachtigd tot verhuur.
De rechtbank oordeelde dat eiseres onterecht als eigenaar en verhuurder was aangemerkt en dat het college haar daarom niet als feitelijk overtreder kon aanmerken. Het college had dit niet zorgvuldig gemotiveerd en de bewijslast rustte op het college vanwege de bestraffende aard van de boete.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit voor zover het de bestuurlijke boete betreft, maar liet de last onder dwangsom in stand. Tevens werd het primaire besluit herroepen en het griffierecht aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de bestuurlijke boete wegens ontbreken van een huisvestingsvergunning wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd.