ECLI:NL:RBROT:2022:704
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Faillietverklaring wegens opeisbare vorderingen en betalingsonmacht met woning in verkoop
De Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor het Beroepsvervoer over de Weg en de Stichting Opleidings- en Ontwikkelingsfonds Beroepsgoederenvervoer over de Weg hebben een verzoek tot faillietverklaring ingediend tegen verweerder wegens onbetaalde pensioenpremies en bijbehorende kosten. Verweerder erkent gedeeltelijk de vordering van de eerste stichting, maar betwist de hoogte van de vordering van de tweede stichting.
De rechtbank heeft meerdere zittingen gehouden waarin partijen hun standpunten uiteen hebben gezet. Verweerder gaf aan betalingsonmacht te hebben en een woning met overwaarde in verkoop te hebben, waar huurders in zitten. Een bodemprocedure is aanhangig gemaakt om de woning te ontruimen, maar het is onduidelijk hoe lang deze procedure zal duren.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van pluraliteit van schuldeisers en dat verweerder in staat van faillissement verkeert omdat hij is opgehouden te betalen. De vorderingen van verzoeksters zijn summierlijk gebleken, ondanks betwisting van de hoogte van één vordering. Het belang van verzoeksters bij faillietverklaring is aannemelijk, mede vanwege mogelijke aanspraak op de loongarantieregeling van het UWV.
De rechtbank verklaart verweerder failliet, benoemt een rechter-commissaris en curator, en wijst het verzoek van verweerder tot veroordeling in proceskosten af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: De rechtbank verklaart verweerder failliet wegens het niet voldoen van opeisbare vorderingen en betalingsonmacht.