Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die verweerster verbiedt het vonnis tot ontruiming van zijn woonruimte uit te voeren.
De rechtbank stelt vast dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming. Verzoeker heeft een huurachterstand van vijftien maanden en heeft ook de lopende termijnen niet voldaan. Ondanks pogingen tot schuldhulpverlening is er geen uitzicht op verbetering op korte termijn.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker om in de woning te blijven tegen het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren. Gezien de langdurige en forse huurachterstand en het ontbreken van voldoende aannemelijkheid dat betaling zal plaatsvinden, weegt het belang van verweerster zwaarder.
Daarom wordt het verzoek om de voorlopige voorziening afgewezen. Tevens wordt het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Faillissementswet niet-ontvankelijk verklaard, met de mogelijkheid voor verzoeker om later een nieuw verzoek in te dienen.