ECLI:NL:RBROT:2022:706
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening bij beëindiging loongerelateerde WGA-uitkering na wijziging gezondheidssituatie
Verzoekster ontving een loongerelateerde WGA-uitkering die per 16 december 2021 werd beëindigd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt zou zijn. Zij had echter in september 2021 een wijziging in haar gezondheidssituatie doorgegeven, namelijk een tweede operatie, en verzocht om herbeoordeling. Verweerder heeft hier aanvankelijk niets mee gedaan en de uitkering beëindigd.
Verzoekster maakte bezwaar tegen het besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de uitkering te hervatten totdat op het bezwaar is beslist. De voorzieningenrechter stelde vast dat verweerder ten onrechte niet had gereageerd op de wijzigingsmelding en dat nog niet duidelijk is wanneer de herbeoordeling zal plaatsvinden. Tevens was verweerder niet aanwezig bij de zitting, waardoor vragen over de hoogte van een eventuele vervolguitkering niet konden worden beantwoord.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster een spoedeisend belang had omdat haar bijstandsuitkering lager is dan haar vaste lasten, waardoor zij financieel tekortkomt. Gezien de omstandigheden en het risico dat verzoekster recht heeft op een vervolguitkering, werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen. Verweerder werd opgedragen voorschotten te verstrekken ter hoogte van de oorspronkelijke WGA-uitkering en de proceskosten en griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en bepaalt dat de WGA-uitkering wordt hervat tot de beslissing op bezwaar.