Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoeker;
- de heer R. van der Poort, werkzaam bij Stroomopwaarts (hierna SHV).
2..De feiten
3..Het verzoek
4..Het verweer
5..De beoordeling
6..De beslissing
van drie maanden;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker huurt een woning van verweerster en was bij vonnis van 7 december 2021 veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur. Een eerder moratorium van drie maanden werd op 25 februari 2022 toegekend, mits lopende huurtermijnen tijdig werden voldaan. Verzoeker schond deze voorwaarde door de huur van april 2022 te laat te betalen, waarna verweerster een nieuwe ontruimingsdatum vaststelde.
Verzoeker diende daarop een tweede moratoriumverzoek in, dat de rechtbank ontvankelijk verklaarde. De rechtbank stelde vast dat er sprake was van een bedreigende situatie en dat het belang van verzoeker om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject voort te zetten zwaarder woog dan het belang van verweerster.
De rechtbank achtte de nakoming van de lopende huurtermijnen nu voldoende gewaarborgd, mede doordat verweerster de huur over mei en juni 2022 had ontvangen en verzoeker hulp krijgt bij zijn financiën. Het tweede moratorium werd daarom voor drie maanden toegekend onder dezelfde voorwaarde van tijdige betaling. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De rechtbank wijst het tweede moratoriumverzoek toe en schort de ontruiming van de huurwoning voor drie maanden op onder voorwaarde van tijdige betaling van de lopende huurtermijnen.