ECLI:NL:RBROT:2022:7114
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving parkeerverbod voor lang en hoog voertuig in Rotterdam
Eiser werd door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verboden zijn grote voertuig te parkeren op een door de gemeente aangewezen weg, onder dreiging van een dwangsom. Het bezwaar van eiser tegen dit besluit werd ongegrond verklaard, waarna hij beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat het intrekken van het primaire besluit door verweerder het belang van eiser bij het beroep niet heeft opgeheven, omdat eiser eigenaar is van een gelijksoortig voertuig en het parkeerverbod ongewijzigd bleef. Het beroep richtte zich onder meer op de onduidelijkheid van de wettelijke grondslag en het vermeende verbod van willekeur.
De rechtbank verwierp deze bezwaren en stelde vast dat de regelgeving omtrent het parkeerverbod duidelijk is en niet conflicteert met andere bepalingen. Ook het handhavingsbeleid van de gemeente, waarbij eerst een boete wordt opgelegd en pas bij herhaling een dwangsom, werd als rechtmatig beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en het bestreden besluit in stand kan blijven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het parkeerverbod en de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard.