Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoeker;
- de heer A.M.C. van Berkel, werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening).
2..Het verzoek
3..Het verweer
4..De beoordeling
5..De beslissing
van zes maanden;
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die de ontruiming van zijn huurwoning opschort voor de duur van zes maanden. De rechtbank heeft vastgesteld dat sprake is van een bedreigende situatie vanwege de aangekondigde ontruiming op 19 juli 2022.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker, die met een laag inkomen en toeslagen via schuldhulpverlening en budgetbeheer zijn vaste lasten kan betalen, zwaarder dan het belang van verweerster, die het vonnis tot ontruiming wil uitvoeren vanwege een aanzienlijke huurachterstand. Verzoeker heeft inmiddels de huur voor augustus voldaan en schuldhulpverlening is actief betrokken.
De rechtbank kent het moratorium toe onder de voorwaarde dat de lopende termijnen tijdig worden betaald en verlengt de huurovereenkomst voor de duur van de voorziening. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het minnelijk traject nog loopt. Verzoeker kan later een nieuw verzoek indienen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het moratoriumverzoek toe en schorst de ontruiming van de huurwoning voor zes maanden onder voorwaarde van tijdige betaling.