Verzoeker heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287b Faillissementswet om een voorlopige voorziening te treffen die verweerster verbiedt de huurovereenkomst op te zeggen en het vonnis tot ontruiming ten uitvoer te leggen. De rechtbank constateert een bedreigende situatie vanwege de geplande ontruiming op 14 juli 2022.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker, die met een inkomen van €2.100 per maand en ondersteuning van schuldhulpverlening de huur kan betalen, tegen het belang van verweerster, die het vonnis wil uitvoeren. Gezien de aannemelijkheid dat de huur betaald zal worden en het opgestarte schuldhulpverleningstraject, weegt het belang van verzoeker zwaarder.
De voorziening wordt voor zes maanden toegewezen met de voorwaarde dat de huurtermijnen volledig en tijdig worden voldaan. Tevens wordt verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ex artikel 284, tweede lid, Fw, met de mogelijkheid tot een nieuw verzoek in de toekomst.