De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van eiseres tegen een boete van €2.500,- opgelegd door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit wegens overtreding van dierenwelzijnsvoorschriften. De boete was gebaseerd op een rapport van de NVWA waarin werd vastgesteld dat 126 kalveren onvoldoende ruimte hadden om op te staan, te liggen en rond te draaien in een stal op een slachterij.
Eiseres voerde aan dat de oppervlakte van de stallen groter was dan vastgesteld en dat de kalveren ook toegang hadden tot andere stallen, waardoor er geen sprake was van ruimtegebrek. De rechtbank oordeelde dat artikel 2.32 van het Besluit houders van dieren niet van toepassing was omdat het Besluit zich richt op kalveren jonger dan acht maanden, terwijl de kalveren ouder waren. In plaats daarvan is Verordening 1099/2009 van toepassing, die specifieke regels bevat voor dieren op slachthuizen.
De rechtbank stelde vast dat verweerder terecht had vastgesteld dat de kalveren onvoldoende ruimte hadden, zoals beschreven in punt 2.1 van Bijlage III van Verordening 1099/2009. De argumenten van eiseres werden onvoldoende onderbouwd en de boete werd niet als onevenredig beschouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
De uitspraak benadrukt het belang van dierenwelzijn bij het onderbrengen van dieren op slachthuizen en bevestigt dat specifieke Europese regelgeving voorrang heeft boven nationale voorschriften wanneer het gaat om dieren in slachthuizen.