Op 14 april 2022 werd verdachte als bijrijder aangehouden in een auto waarin 236,6 gram MDMA in afgesloten enveloppen werd aangetroffen. De auto stond op naam van een derde, die verklaarde de auto aan verdachte te lenen, die zelf geen rijbewijs heeft en altijd met een bestuurder reed.
De officier van justitie stelde dat verdachte als feitelijk gebruiker van de auto bekend moest zijn met de aanwezigheid van de drugs en eiste een gevangenisstraf van 4 maanden. De rechtbank oordeelde echter dat uit het dossier niet kon worden vastgesteld dat verdachte wetenschap had van de verdovende middelen, mede omdat meerdere personen gebruik maakten van het voertuig en de enveloppen niet aan verdachte waren te relateren.
De rechtbank concludeerde dat de enkele aanwezigheid van verdachte in de auto onvoldoende bewijs is voor opzet of wetenschap omtrent de drugs. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van het ten laste gelegde feit.
Daarnaast werd gevorderd dat in beslag genomen simkaarten, SD-kaarten en een Visa Card aan verdachte worden teruggegeven, hetgeen de rechtbank gelastte.
Het vonnis werd uitgesproken op 9 augustus 2022 door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam.