Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
raadsvrouw mr. S. Ben Ahmed, advocaat te Rotterdam.
Rechtbank Rotterdam
De veroordeelde werd bij arrest van het gerechtshof Den Haag op 17 april 2019 veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren. Na verschillende periodes van voorwaardelijke invrijheidstelling en schorsingen daarvan, werd hij op 2 november 2021 opnieuw voorwaardelijk in vrijheid gesteld met de voorwaarde klinische behandeling te ondergaan.
Op 21 juli 2022 diende de officier van justitie een vordering in tot verlenging van de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling met 365 dagen. Tijdens de terechtzitting van 12 augustus 2022 gaf de veroordeelde aan de noodzaak van verlenging te begrijpen en stemde zijn raadsvrouw hiermee in.
De reclasseringswerker lichtte het rapport van 30 juni 2022 toe, waarin werd gesteld dat het toezicht goed verloopt en er een woonprofiel is opgesteld. Er wordt gewerkt aan een plek bij beschermd wonen en aan de voorbereiding voor zelfstandig wonen.
De rechtbank acht de verlenging noodzakelijk en proportioneel, mede gelet op de belangen van de veroordeelde en de veiligheid van de samenleving. De proeftijd wordt daarom met 365 dagen verlengd om de begeleiding bij praktische en financiële zaken voort te zetten.
Uitkomst: De rechtbank verlengt de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling met 365 dagen.