Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 9 juni 2022 met producties 1 tot en met 4
- de mondelinge behandeling gehouden op 28 juni 2022.
2..De feiten
V. Vermogensverdeling
Echtelijke koopwoning
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn gescheiden met een echtscheidingsconvenant waarin afspraken zijn gemaakt over de verdeling van de voormalige echtelijke woning. In het convenant is bepaald dat nadere afspraken over de woning binnen twee jaar na inschrijving van de echtscheidingsbeschikking moeten worden gemaakt, en verrekening uiterlijk binnen tien jaar moet plaatsvinden.
Eiser vordert in kort geding dat gedaagde wordt veroordeeld mee te werken aan verkoop van de woning en makelaar toegang te verlenen. Gedaagde weigert dit op grond van het convenant. De rechtbank overweegt dat de termijn van twee jaar nog niet is verstreken en dat eiser zijn vordering te vroeg heeft ingesteld, waardoor het spoedeisend belang ontbreekt.
De voorzieningenrechter wijst daarom de vorderingen af. Tevens wordt overwogen dat de ruime termijn van tien jaar voor verrekening mogelijk tot discussie kan leiden, maar dit is een zaak voor de bodemrechter of nadere afspraken tussen partijen. De proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt zijn eigen kosten.
Uitkomst: De vorderingen tot verkoop en verdeling van de woning worden afgewezen omdat de afgesproken termijn voor nadere afspraken nog niet is verstreken.