In deze zaak staat centraal of het ontslag op staande voet van de werknemer door de werkgever rechtsgeldig is gegeven. De werkgever heeft bewijs geleverd van fraude met werktijdregistratie en onrechtmatige bestellingen via het account van de werknemer, maar slechts een deel van de dringende reden is in rechte komen vast te staan.
De werknemer was vestigingsmanager en verantwoordelijk voor het toezicht op klokkaarten van medewerkers. Uit e-mails en camerabeelden blijkt dat medewerkers werkzaamheden aan auto’s verrichtten die niet in het systeem stonden, terwijl zij deze tijd als schoonmaak of reguliere werkorders klokten. Ook zijn bestellingen via het account van de werknemer gedaan zonder dat is aangetoond dat anderen daartoe gemachtigd waren. De werknemer heeft onvoldoende onderbouwd dat hij hiervan niet op de hoogte was.
De kantonrechter stelt vast dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig is omdat niet alle in de ontslagbrief genoemde dringende redenen zijn bewezen en de brief geen alternatieve grondslag bevat. Wel is sprake van ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer. De werkgever is daarom een vergoeding aan de werknemer verschuldigd wegens onregelmatige opzegging, maar geen transitievergoeding of billijke vergoeding. Verzoeken tot immateriële schadevergoeding en rectificatie worden afgewezen.
De kantonrechter compenseert de proceskosten en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De werknemer krijgt een bruto vergoeding van één maandloon met wettelijke rente vanaf het ontslagmoment.