ECLI:NL:RBROT:2022:7332

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 juni 2022
Publicatiedatum
31 augustus 2022
Zaaknummer
FT EA 22/358 en FT EA 22/359
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 287a Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing dwangakkoord bij weigering schuldeisers instemming schuldregeling

Verzoeker diende een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om twee schuldeisers, Vodafone en T-Mobile, te bevelen in te stemmen met een door hem aangeboden schuldregeling. De regeling betrof een betaling van 1,36% aan preferente en 0,68% aan concurrente schuldeisers, gebaseerd op de NVVK-norm en de afloscapaciteit van verzoeker, die een Participatiewet-uitkering ontvangt en vrijgesteld is van sollicitatieplicht vanwege multi-problematiek.

Zestien van de achttien schuldeisers stemden in met het akkoord, maar Vodafone en T-Mobile weigerden dit, stellende dat het aanbod te laag was. De rechtbank stelde vast dat het verzoek alleen betrekking had op verzoeker en dat de weigering van deze twee schuldeisers niet redelijk was gezien hun geringe aandeel in de totale schuld (10,5%) en het feit dat het akkoord door een onafhankelijke partij was getoetst.

De rechtbank overwoog dat verzoeker onder beschermingsbewind staat, geen nieuwe schulden zal maken en ondersteuning ontvangt van het Leger des Heils. De regeling biedt een prognoseakkoord, waarbij toekomstige verbeteringen in afloscapaciteit ten goede komen aan schuldeisers. De rechtbank concludeerde dat de belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers zwaarder wegen dan die van de weigeraars en wees het verzoek toe. Tevens werd het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank beveelt Vodafone en T-Mobile in te stemmen met de schuldregeling en wijst het verzoek tot wettelijke schuldsanering af.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
rekestnummer: [nummer 1] en [nummer 2]
uitspraakdatum: 23 juni 2022
in de zaak van:
[verzoeker],
wonende te [adres]
[postcode] [woonplaats] ,
verzoeker.

1..De procedure

Verzoeker heeft op 19 april 2022, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om een drietal schuldeisers, te weten:
  • Vodafone Mobiel (hierna: Vodafone);
  • T-Mobile Netherlands B.V. (hierna: T-Mobile);
  • Bunq B.V. (hierna: Bunq);
die weigeren mee te werken aan een door verzoeker aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling.
Bunq heeft voorafgaande aan de zitting, bij e-mail van 1 juni 2022, aan de rechtbank te kennen gegeven dat zij op 20 mei 2022 had ingestemd met de aangeboden schuldregeling.
Ter zitting van 16 juni 2022 zijn verschenen en gehoord:
  • verzoeker;
  • de heer [persoon A] en mevrouw [persoon B] , beiden werkzaam bij de Kredietbank Rotterdam (hierna: schuldhulpverlening);
  • mevrouw S. van Rijn, werkzaam bij Van Rijn Bewind B.V. (hierna: beschermingsbewindvoerder);
  • mevrouw [persoon C] , werkzaam bij Leger des Heils (hierna: begeleider).
De weigerende schuldeisers zijn, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De uitspraak is bepaald op heden.

2..Het verzoek

Het verzoekschrift is ingediend namens verzoeker en zijn ex-partner, mevrouw [persoon D] . De beschermingsbewindvoerder heeft op 17 mei 2022 de rechtbank bericht dat het verzoekschrift alleen ziet op verzoeker. Mevrouw [persoon D] heeft geen schuldenlast. Ter zitting is door schuldhulpverlening bevestigd dat de schulden enkel van verzoeker zijn en dat het verzoekschrift als enkel namens verzoeker ingediend moet worden beschouwd.
Verzoeker heeft volgens het ingediende verzoekschrift achttien schuldeisers. Verzoeker heeft twee preferente schuldeisers met vier vorderingen en zestien concurrente schuldeisers met negentien vorderingen. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 29.833,41 van verzoeker te vorderen. Verzoeker heeft bij brief van 4 januari 2022 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers, inhoudende een betaling van 1,36% aan de preferente schuldeisers en 0,68% aan de concurrente schuldeisers tegen finale kwijting.
Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoeker is gebaseerd op zijn Participatiewet-uitkering. Verzoeker is tot en met 19 oktober 2022 vrijgesteld van de sollicitatieplicht. Er is sprake van multi-problematiek, waaronder problematisch middelengebruik. Verzoeker ontvangt Wmo-ondersteuning van het Leger des Heils tot en met 27 november 2022. Deze ondersteuning bestaat uit het contact leggen met de beschermingsbewindvoerder, maar ook het voeren van ventilerende gesprekken. De aangeboden regeling voorziet in uitkering van een prognosepercentage. Dat betekent dat de afloscapaciteit eventueel nog hoger of nog lager zal kunnen uitvallen. Verzoeker geeft aan dat hij gemotiveerd is om aan zijn problemen te werken. Hij heeft een behandeling ondergaan bij De Hoop en wil graag weer aan het werk. Verzoeker heeft zich op het standpunt gesteld dat hij al het mogelijke heeft gedaan om het aangeboden percentage aan zijn schuldeisers aan te bieden. Verzoeker heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan en zijn vaste lasten worden inmiddels door zijn beschermingsbewindvoerder voldaan.
Thans stemmen zestien schuldeisers met de aangeboden schuldregeling in. Vodafone en T-T-Mobile stemmen hier niet mee in. Zij hebben een vordering van respectievelijk € 1.361,05 en € 1.768,75 op verzoeker, welke 4,6% en 5,9% van de totale schuldenlast belopen.

3..Het verweer

In de contacten met schuldhulpverlening hebben Vodafone en T-Mobile te kennen gegeven het aangeboden bedrag te laag te vinden. Het aanbod zou niet in verhouding staan met de totale schuldvordering.
Hoewel behoorlijk opgeroepen hebben Vodafone en T-Mobile geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid hun standpunten ter zitting toe te lichten.

4..De beoordeling

De rechtbank stelt allereerst vast dat het verzoek slechts geldt ten aanzien van verzoeker en niet ten aanzien van mevrouw [persoon D] .
Uitgangspunt is dat het iedere schuldeiser in beginsel vrij staat om te verlangen dat 100% van zijn vordering, vermeerderd met rente, wordt voldaan. Nu de aangeboden regeling voorziet in een lagere uitkering dan de volledige vordering, staat het belang van Vodafone en T-Mobile bij hun weigering vast.
De rechtbank ziet zich gesteld voor het beantwoorden van de vraag of Vodafone en T-Mobile in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij hebben bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoeker of de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad.
De rechtbank stelt allereerst vast dat de vorderingen van Vodafone en T-Mobile een gering aandeel vormen in de totale schuldenlast van gezamenlijk 10,5%.
Een ruime meerderheid van de schuldeisers, namelijk zestien van de achttien schuldeisers, is met de aangeboden regeling akkoord gegaan.
De rechtbank stelt ook vast dat het voorstel is getoetst door een deskundige en onafhankelijke partij, te weten de Kredietbank Rotterdam. Voorts is het voorstel naar het oordeel van de rechtbank goed en controleerbaar gedocumenteerd.
De rechtbank is van oordeel dat het voorstel het uiterste is waartoe verzoeker in staat moet worden geacht. Uit het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verzoeker niet beschikt over betaald werk. Verzoeker is door de uitkeringsinstantie vrijgesteld van de inspanningsverplichting tot en met 19 oktober 2022. Deze vrijstelling is verleend omdat bij verzoeker sprake is van multi-problematiek, waaronder problematisch middelengebruik. Verzoeker heeft een besluit toekenning Wmo overgelegd waaruit volgt dat hij vanuit het Leger des Heils ondersteund wordt tot en met 27 november 2022. Mocht verzoeker in de komende jaren een baan vinden en meer afloscapaciteit genereren, dan zal dit ten goede komen aan de schuldeisers. Verzoeker heeft immers een prognoseakkoord aangeboden.
Door schuldhulpverlening is ter zitting verklaard dat aan alle waarborgen, die ervoor moeten zorgen dat verzoeker het maximale ten behoeve van zijn schuldeisers zal afdragen, is voldaan. Verzoeker staat onder beschermingsbewind. Het ontstaan van nieuwe schulden ligt niet in de rede.
Naar verwachting zal de uitwerking van het voorstel een gunstiger resultaat hebben voor de schuldeisers dan in de situatie dat de schuldsaneringsregeling op verzoeker van toepassing zou zijn, zoals subsidiair verzocht. Immers, de toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling zal aanzienlijke kosten met zich brengen, bestaande uit salaris voor de bewindvoerder en griffierecht, die in mindering komen op hetgeen verzoeker zou kunnen afdragen in de schuldsaneringsregeling. Dat betekent dat toepassing van de schuldsaneringsregeling de schuldeisers minder zou opleveren dan bij het akkoord wordt aangeboden.
Op grond van het voorgaande komt de rechtbank dan ook tot het oordeel dat de belangen van verzoeker die vanuit een stabiele situatie zijn schuldenproblematiek wil oplossen en van de overige schuldeisers die hebben ingestemd met het aanbod, zwaarder wegen dan die van Vodafone en T-Mobile, die geweigerd hebben in te stemmen.
Het verzoek om Vodafone en T-Mobile te bevelen in te stemmen met de schuldregeling wordt daarom toegewezen.
Vodafone en T-Mobile zullen als de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Nu voor het onderhavige verzoekschrift geen griffierecht verschuldigd is en verzoeker niet is bijgestaan door een advocaat, worden de kosten begroot op nihil.
De rechtbank stelt vast dat er thans een gedwongen schuldregeling is afgekondigd, die in de plaats komt van de vrijwillige instemming van de schuldeisers. Hieruit volgt dat verzoeker zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden en dat hij niet verkeert in de toestand dat hij heeft opgehouden te betalen zodat het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden afgewezen.

5..De beslissing

De rechtbank:
- beveelt Vodafone en T-Mobile om in te stemmen met de door verzoeker aangeboden schuldregeling;
- veroordeelt Vodafone en T-Mobile in de kosten van deze procedure, aan de zijde van verzoeker begroot op nihil;
- bepaalt dat dit vonnis in de plaats treedt van de vrijwillige instemming;
- wijst het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af;
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.G.E. Prenger, rechter, en in aanwezigheid van
mr. N.A. Masrom, griffier, in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2022. [1]
De griffier is buiten staat
dit vonnis mede te ondertekenen

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.