Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 september 2022 in de zaak tussen
[Eiseres], gevestigd te [plaatsnaam], eiseres ([eiseres]),
Stichting Autoriteit Financiële Markten, verweerster (AFM),
Procesverloop
Overwegingen
28 december 2017) en 21 offertes voor nieuwe hypotheekverstrekkingen (gedaan in de periode van 1 januari 2013 tot en met 1 oktober 2018) onderzocht.
Beslissing
Rechtsmiddel
Bijlage
1.De totstandkomingsgeschiedenis van artikel 81a van het BGfo
brief van 30 juni 2011(TK, 2010-2011, 24 036, nr. 390) hebben de minister van Financiën en de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie de Tweede Kamer geïnformeerd over de sectorstudie van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) naar de Nederlandse hypotheekmarkt en zijn maatregelen aangekondigd om de positie van de consument te versterken bij het afsluiten en oversluiten van een hypothecair krediet. Uit de sectorstudie van de NMa die als bijlage is gevoegd bij deze brief van 30 juni 2011 komt onder meer naar voren dat hypotheekverstrekkers gemiddeld een hogere hypotheekrente hanteren voor consumenten waarvan de rentevaste periode is afgelopen dan voor nieuwe klanten. Deze vorm van prijsdifferentiatie is mogelijk door significante overstapdrempels voor bestaande klanten, aldus de NMa.
“Eénsporig rentebeleid
Ook ben ik van mening dat aanbieders van hypothecair krediet een zogenoemd éénsporig rentebeleid dienen te hanteren. Met éénsporig wordt bedoeld het in rekening brengen van dezelfde debetrentevoet voor dezelfde rentevastperiode bij consumenten met een vergelijkbaar risicoprofiel, ongeacht of het een consument betreft die een overeenkomst verlengt of een consument die een overeenkomst aangaat. Dat leidt tot een zuivere en transparante markt voor de consument. Uiteraard kan het risicoprofiel van consumenten verschillen. Het risicoprofiel is afhankelijk van de waarde van de woning of het inkomen van de desbetreffende consument in verhouding tot de hoogte van het uitstaande hypothecair krediet (de Loan to value respectievelijk Loan to income ratio). De hoogte van deze ratio’s kan een afwijkende debetrentevoet daarom rechtvaardigen. Indien een consument gebruik maakt van een garantieregeling, zoals de Nationale Hypotheek Garantie, kan er tevens sprake zijn van een lagere debetrentevoet dan die geldt voor consumenten die geen gebruik maken van een garantieregeling.
(TK, 2011-2012, 33 236, nr. 6, blz. 14-15 en 24)