ECLI:NL:RBROT:2022:7405
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.C.W. van der Feltz
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zuiveringsheffing: woonruimte of bedrijfsruimte voor belastingjaar 2021
Eiser is eigenaar van een onroerende zaak waarvoor de heffingsambtenaar een aanslag zuiveringsheffing bedrijfsruimte voor het jaar 2021 heeft opgelegd. Eiser betwist dat de ruimte als bedrijfsruimte moet worden aangemerkt en stelt dat het woonruimte betreft.
De rechtbank toetst de kwalificatie aan de hand van jurisprudentie van de Hoge Raad, waarin woonruimte wordt gedefinieerd als een ruimte die als zelfstandig geheel voorziet in woongelegenheid, met eigen voorzieningen zoals keuken, toilet en wasgelegenheid. In dit geval delen drie bewoners gezamenlijk één keuken, toilet en badkamer, waardoor geen sprake is van zelfstandige woonruimten.
Verder beoordeelt de rechtbank of het gehele pand als woonruimte kan worden aangemerkt, bijvoorbeeld als een gezin of vergelijkbare leefeenheid. Dit is niet aannemelijk gemaakt, omdat de bewoners geen gezin of gelijkgestelde huishouding vormen.
De rechtbank concludeert dat de onroerende zaak geen woonruimte is en derhalve als bedrijfsruimte moet worden aangemerkt. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar verweerder wordt verplicht het betaalde griffierecht aan eiser te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag zuiveringsheffing bedrijfsruimte wordt ongegrond verklaard en het griffierecht wordt aan eiser vergoed.