Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 24 november 2021, met producties 1 tot en met 7,
- de conclusie van antwoord, met producties 1 tot en met 5,
- de mondelinge behandeling, gehouden op 22 december 2021.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een kort geding tussen een zzp’er en Stichting Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond over het gebruik van de monitorfunctie van Veilig Thuis. De eiser verrichtte werkzaamheden voor een bedrijf en kwam via zijn werk in contact met een vrouw en haar drie minderjarige zoons. Na een negatief advies van Veilig Thuis en meerdere meldingen over de veiligheid van de minderjarigen, waaronder een melding van de eiser zelf, oefent Veilig Thuis een monitorfunctie uit om de naleving van opgelegde veiligheidsvoorwaarden te controleren.
Eiser vorderde een verbod op het gebruik van deze monitorfunctie en het sluiten van het dossier totdat de bodemrechter hierover zou beslissen. Hij stelde dat er geen gerechtvaardigd vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling was en dat de monitorfunctie onrechtmatig werd gebruikt, wat zijn werk belemmerde.
De rechtbank oordeelde dat de meldingen, waaronder die van de eiser zelf waarin hij de situatie als uiterst onveilig beoordeelde, voldoende indicaties boden voor Veilig Thuis om te monitoren. Het belang van de minderjarigen en de wettelijke taak van Veilig Thuis rechtvaardigden het voortzetten van de monitorfunctie. De vordering werd daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot verbod op de monitorfunctie van Veilig Thuis is afgewezen en eiser is veroordeeld in de proceskosten.