ECLI:NL:RBROT:2022:7515
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot faillietverklaring afgewezen wegens betwisting vorderingsrecht en tegenvordering
Verzoeksters, twee besloten vennootschappen, hebben een verzoek tot faillietverklaring ingediend tegen verweerster wegens een geldlening van in totaal € 70.000. Verweerster betwist het vorderingsrecht van verzoeksters en stelt een tegenvordering van circa € 1 miljoen te hebben wegens tekortkomingen in een overeenkomst van opdracht met een derde partij.
De rechtbank heeft tijdens een kort onderzoek vastgesteld dat het vorderingsrecht van verzoeksters niet summierlijk kan worden vastgesteld omdat verweerster haar tegenvordering gemotiveerd en gedocumenteerd heeft betwist. De tegenvordering is onderwerp van een lopende bodemprocedure en er is geen reden om aan te nemen dat deze zonder redelijke kans van slagen is.
Daarom kon de rechtbank niet aannemen dat verzoeksters een opeisbare vordering hebben en wees het verzoek tot faillietverklaring af. De rechtbank zag geen aanleiding om verder onderzoek te doen naar misbruik van bevoegdheid. Verzoeksters werden veroordeeld in de proceskosten van € 1.126.
Uitkomst: Het verzoek tot faillietverklaring wordt afgewezen vanwege betwisting van het vorderingsrecht en een verrekenbare tegenvordering.