Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders te Gorinchem om niet handhavend op te treden tegen het parkeren van voertuigen door [naam bedrijf 2] op het zuidelijke deel van het doodlopende weggedeelte van de [straatnaam]. Na eerdere procedures en een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak, heeft verweerder een ontheffing verleend en de situatie daarmee gelegaliseerd.
De rechtbank overweegt dat handhaving in beginsel moet plaatsvinden bij overtredingen, tenzij er zicht is op legalisatie of handhaving onevenredig is. Omdat verweerder ontheffingen heeft verleend en daarmee het parkeren op de openbare weg heeft toegestaan, is er geen sprake meer van een overtreding. Het beroep richt zich op de rechtmatigheid van deze ontheffingen, maar de rechtbank verwijst naar een andere uitspraak waarin de rechtmatigheid is bevestigd.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 2 september 2022.