Uitspraak
3 Aanleiding rapportage
4.Bevindingen van feiten en omstandigheden
De waargenomen overtredingen met betrekking tot de noodverordening in het kader van de Covid-19 maatregelen:
5.Maatschappelijke urgentie
Ik zagop[onderstreping toegevoegd] het terras van "[naam cafe]" ook veel bezoekersstaan." Dit citaat bevestigt zonder meer de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, van de Noodverordening, waarin staat dat eiser ervoor diende te zorgen dat de aanwezigen aan wie een zitplaats of afgebakende locatie was toegewezen daarvan gebruik dienden te maken. Dit geldt ook voor bezoekers die tot hetzelfde huishouden behoren. Ook gaat de ABC voorbij aan de in de bestuurlijke rapportage opgenomen constatering dat de verbalisant zag dat bezoekers veelal niet aan tafels zaten en dat hij zag dat er binnen werd gelopen en gedanst. Ook hiermee is sprake van het overtreden van artikel 2.1, eerste lid, onderdeel e, van de Noodverordening. Eiser heeft de geconstateerde overtredingen bevestigd en geeft aan dat hij naar aanleiding van de gebeurtenissen zelf al had besloten om minimaal twee weken dicht te gaan om adequate maatregelen te overwegen en uit te voeren. Daarnaast geeft hij aan dat er zich in het centrum bij andere inrichtingen dezelfde situaties voordeden als bij hem, namelijk rijen voor de deur, staan op de terrassen en binnen de inrichting en dansen in de zaak. Gelet hierop heeft verweerder onvoldoende aanleiding om te twijfelen aan de in de ambtsedig opgemaakte bestuurlijke rapportage geconstateerde overtredingen van artikel 2.1 van de Noodverordening. Verweerder verklaart de bezwaren daarom ongegrond en laat het primaire besluit in stand.
(…) uit de bestuurlijke rapportage en uit (…) antwoorden op de vragen van de commissie d.d. 1 februari 2021 volgt dat het SUS-team de coördinator van het horecateam heeft geïnformeerd over de situatie bij het café, de verbalisanten, waaronder de coördinator, de overtredingen hebben gezien en de personen van het SUS-team geen rol hebben gehad in de beschrijvingen van de constateringen in de bestuurlijke rapportage”. Dit betekent dat de op ambtseed/-belofte opgemaakte rapportage een weergave is van de waarnemingen van een politieambtenaar, dienstdoende als horecacoördinator binnen het district Waterweg.