ECLI:NL:RBROT:2022:7601
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidsongeschiktheid en beëindiging WIA-uitkering na herbeoordeling
Eiseres, die sinds 2015 arbeidsongeschikt is, verzocht om herbeoordeling van haar arbeidsongeschiktheid. Verweerder stelde op basis van een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) vast dat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is, waarna de WIA-uitkering werd beëindigd. Eiseres betwistte deze vaststelling en voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zij volledig arbeidsongeschikt is vanwege lichamelijke en psychische klachten.
De rechtbank stelde vast dat de medische stukken die eiseres later indiende te laat waren en niet in de beoordeling werden betrokken. Het onderzoek door de primaire arts en de verzekeringsarts bezwaar en beroep was zorgvuldig en volledig, waarbij voldoende medische informatie aanwezig was. De rechtbank volgde eiseres niet in haar stelling dat zij volledig arbeidsongeschikt is, omdat objectief medisch onderzoek geen aanwijzingen gaf voor volledige arbeidsongeschiktheid.
Ook de door verweerder geselecteerde functies die eiseres zou kunnen verrichten, waren passend bij haar functionele mogelijkheden. Het loon dat eiseres met passende arbeid kan verdienen ligt 15,89% lager dan voor haar ziekte, wat betekent dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering blijft in stand.