ECLI:NL:RBROT:2022:7631

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 september 2022
Publicatiedatum
13 september 2022
Zaaknummer
C/10/641004 / JE RK 22-1578
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:266 BWArt. 1:247 BWArt. 1:275 BWArt. 1:276 BWArt. 12 Wet beëdigde tolken en vertalers
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging ouderlijk gezag vader ter waarborging zorg voor minderjarige binnen woonvorm ASVZ

De rechtbank Rotterdam behandelde op 9 september 2022 het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot beëindiging van het ouderlijk gezag van de vader over zijn zoon, geboren in 2010. De minderjarige verblijft sinds 2019 in een pleeggezin en later binnen een woonvorm van ASVZ vanwege ernstige ontwikkelingsproblemen en gedragskenmerken passend bij autisme spectrum stoornis. De vader erkent de zorgen niet en weigert te accepteren dat een terugplaatsing thuis niet mogelijk is.

De gecertificeerde instelling (GI) heeft zich bereid verklaard de voogdij op zich te nemen en benadrukt dat de zorgbehoefte van de minderjarige specialistisch is en niet binnen het gezin kan worden geboden. De rechtbank overweegt dat de minderjarige intensieve, fulltime begeleiding nodig heeft en dat het perspectief elders ligt dan bij de vader. De voortdurende strijd van de vader om thuisplaatsing veroorzaakt spanningen die de ontwikkeling van de minderjarige belemmeren.

Op grond van artikel 1:266 BW Pro wordt het gezag beëindigd omdat de vader niet in staat is de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding binnen een aanvaardbare termijn te dragen. De rechtbank benoemt de GI tot voogd en veroordeelt de vader tot het afleggen van rekening en verantwoording over het vermogen van de minderjarige. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door belanghebbenden.

Uitkomst: Het ouderlijk gezag van de vader wordt beëindigd en de gecertificeerde instelling benoemd tot voogd.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaakgegevens: C/10/641004 / JE RK 22-1578
datum uitspraak: 9 september 2022

beschikking beëindiging van het ouderlijk gezag

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum minderjarige] 2010 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .

De rechtbank merkt als belanghebbenden aan:

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats] ,
de gecertificeerde instelling
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, hierna te noemen de GI, gevestigd te Amsterdam.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 6 juli 2022, ingekomen bij de griffie op 6 juli 2022.
Op 26 augustus 2022 heeft de rechtbank de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de vader, bijgestaan door mr. S. Kandemir, advocaat te Dordrecht,
- een vertegenwoordigster van de Raad, mw. [naam persoon 1] ,
- een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam persoon 2] .
Aangezien de vader de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Macedonische taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van de heer [naam tolk] , tolk in de Macedonische taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van Pro de Wet beëdigde tolken en vertalers.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de vader.
Bij beschikking van de kinderrechter van 11 oktober 2019 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] uitgesproken. Sinds 11 oktober 2019 is [voornaam minderjarige] met een machtiging van de kinderrechter uit huis geplaatst. Sinds 20 mei 2019 verblijft [voornaam minderjarige] in het huidige, perspectief biedende pleeggezin. Deze maatregelen duren nog steeds voort.
De GI heeft zich bij brief van 27 september 2021 bereid verklaard om de voogdij te aanvaarden.

Het verzoek

De Raad heeft verzocht het gezag van de vader te beëindigen en de GI tot voogd over [voornaam minderjarige] te benoemen.
De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. [voornaam minderjarige] is een jongen met forse kindeigen problematiek. Hij heeft ingrijpende gebeurtenissen in zijn jonge leven meegemaakt. Hij heeft meerdere woon- en verblijfplaatsen gekend waarbij hij meerdere keren van verzorger en opvoeder heeft moeten wisselen. Sinds mei 2019 woont [voornaam minderjarige] binnen het ASVZ waar hij kleine stappen heeft gemaakt in zijn ontwikkeling. Het contact met anderen is functioneel. Als [voornaam minderjarige] niet begeleid wordt vormt hij een gevaar voor anderen (en voor zichzelf) doordat hij de gevolgen en consequenties van zijn eigen handelingen en gedrag niet overziet. Ook herkent hij de grenzen van anderen niet. De vader is betrokken bij [voornaam minderjarige] , maar hij erkent de zorgen omtrent [voornaam minderjarige] niet. Hij heeft een ander visie over wat [voornaam minderjarige] nu en in de toekomst nodig heeft. De vader wil dat [voornaam minderjarige] thuis komt wonen en ziet niet in wat voor gevolgen dat heeft voor de andere kinderen thuis. De zorgen omtrent [voornaam minderjarige] vragen een specialistische aanpak. [voornaam minderjarige] krijgt binnen het ASVZ de rust, regelmaat, stabiliteit en structuur die hij nodig heeft. Het is belangrijk dat zijn perspectief duidelijk wordt. Een jaarlijkse verlenging van kinderbeschermingsmaatregelen zal een bron van spanning en onzekerheid blijven voor met name vader. [voornaam minderjarige] zal deze spanningen opmerken en voelen, waardoor hij in zijn ontwikkeling zal worden belemmerd.

Het standpunt van de GI

De GI vindt het spijtig dat zij een verzoek voor een gezagsbeëindigende maatregel hebben moeten indienen bij de Raad. De vader is een lieve en betrokken vader en de samenwerking verloopt prettig. De vader heeft een positieve ontwikkeling doorgemaakt, waardoor de GI de kinderbeschermingsmaatregelen ten aanzien van de andere kinderen heeft beëindigd. De GI heeft veel gesprekken met de vader gevoerd over het perspectief van [voornaam minderjarige] . Desondanks blijft er sprake van een groot visieverschil tussen vader en de GI. Indien hulpverlening in het vrijwillig kader verder wordt voortgezet, bestaat het risico dat vader [voornaam minderjarige] ophaalt van de woongroep en niet meer terugbrengt en dat [voornaam minderjarige] bij vader gaat wonen. Vanwege de beperking van [voornaam minderjarige] heeft hij meer zorg nodig dan hem in een thuissituatie kan worden geboden. De vader vindt echter dat [voornaam minderjarige] niet binnen een woongroep hoort. Het standpunt van de vader zal volgens de GI ook nooit veranderen. Een gezagsbeëindigende maatregel is het laatste middel om de plaatsing van [voornaam minderjarige] binnen een woonvorm van ASVZ te waarborgen. De vader zal zijn rol als ouder op afstand moeten vervullen. Het is geen optie om de maatregelen van ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing jarenlang voort te laten duren, zonder dat er perspectief is op een terugplaatsing. Een gezagsbeëindiging zal de vader rust en duidelijkheid bieden. ASVZ heeft een open deur beleid en de vader en de broertjes en zusjes van [voornaam minderjarige] zijn daar altijd welkom. Vanwege de groei die [voornaam minderjarige] nu doormaakt zal gekeken worden of hij overgeplaatst kan worden naar een groep dichter bij de vader in de buurt.

Het standpunt van vader

De vader deelt, deels bij monde van zijn advocaat, mee dat hij het niet eens is met het verzoek. Hij wil het gezag over [voornaam minderjarige] behouden. Volgens vader is [voornaam minderjarige] al door zijn moeder in de steek gelaten. Hij vindt het jammer voor [voornaam minderjarige] als hij zijn rol als vader op afstand zou moeten vervullen. De vader doet zijn best en wil het liefst dat [voornaam minderjarige] weer thuis komt wonen. Hij kan niet accepteren dat [voornaam minderjarige] ergens anders zal opgroeien. De vader heeft het gevoel dat zijn gezin uit elkaar getrokken wordt. De vader heeft een lange periode zelf voor [voornaam minderjarige] gezorgd. De vader ervaart stress van de instanties, niet van [voornaam minderjarige] .

De beoordeling

De rechtbank overweegt, dat zij op grond van artikel 1:266, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) het gezag van een ouder kan beëindigen, indien
a. een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, BW te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of
b. de ouder het gezag misbruikt.
Uit de stukken en hetgeen ter zitting is besproken blijkt dat [voornaam minderjarige] dusdanige beperkingen heeft dat hij intensieve zorg en begeleiding nodig heeft, waarbij ook steeds toezicht is op [voornaam minderjarige] . [voornaam minderjarige] heeft een achterstand in zijn algehele ontwikkeling en daarnaast is er sprake van een verstandelijke beperking en gedragskenmerken die passend zijn voor problematiek binnen het autisme spectrum. Gezien de noodzaak van fulltime begeleiding, is een gezinssituatie niet passend voor de zorg voor [voornaam minderjarige] . Zoals ook door het Gerechtshof Den Haag overwogen in de beschikking van 25 mei 2022, is het niet reëel te verwachten dat de vader, als alleenstaande ouder, die zorg zal kunnen dragen. Het perspectief van [voornaam minderjarige] ligt dan ook elders dan bij de vader thuis.
Ter zitting is ook duidelijk gebleken dat de vader niet accepteert dat een thuisplaatsing niet mogelijk is. Het is duidelijk dat de vader heel veel van [voornaam minderjarige] houdt en er voor zal blijven vechten dat hij naar huis kan komen. Het is in deze zaak wrang dat juist deze liefde van de vader voor [voornaam minderjarige] er voor zorgt dat het noodzakelijk is om zijn gezag te beëindigen. Een voortzetting van de plaatsing van [voornaam minderjarige] bij ASVZ in een vrijwillig kader is niet mogelijk, omdat de vader dit niet accepteert. Ook het laten doorlopen van de huidige maatregelen is niet in het belang van [voornaam minderjarige] . Alhoewel hij zelf niet rechtstreeks onrust ondervindt van de jaarlijkse verlengingen, is duidelijk dat de verlenging van de maatregelen de vader steeds opnieuw de gelegenheid biedt om zich daartegen te verzetten en zo te blijven strijden voor de thuisplaatsing van [voornaam minderjarige] . Dit levert onrust op bij de vader en daar kan [voornaam minderjarige] wel last van ondervinden. Bovendien houden deze verlengingen in stand dat de vader het perspectief van [voornaam minderjarige] niet hoeft te accepteren. Ook dat zal [voornaam minderjarige] meekrijgen.
Uit het voorgaande volgt dat niet alleen is voldaan aan de wettelijke criteria om tot beëindiging van het gezag over te gaan, maar dat dit ook noodzakelijk is in het belang van [voornaam minderjarige] . De rechtbank hoopt dat deze maatregel er op den duur toe kan leiden dat de vader zich er bij neerlegt dat [voornaam minderjarige] niet meer thuis komt wonen. Het verdwijnen van die spanning zal niet alleen [voornaam minderjarige] , maar ook de vader en de overige kinderen ten goede komen. De rechtbank zal het verzoek tot beëindiging van het gezag van de vader dan ook toewijzen.
Omdat de beëindiging van het gezag van de vader ertoe zal leiden, dat een gezagsvoorziening over [voornaam minderjarige] komt te ontbreken, dient de rechtbank op grond van artikel 1:275, eerste lid BW een voogd over hem te benoemen. In dat verband overweegt de rechtbank als volgt.
De rechtbank acht het van belang dat de belangen van [voornaam minderjarige] worden behartigd door de GI een onafhankelijke en neutrale partij is die op adequate wijze de belangen van [voornaam minderjarige] kan behartigen. De GI is al een lange tijd betrokken bij [voornaam minderjarige] en beschikt over kennis en expertise die van belang zijn ten aanzien van [voornaam minderjarige] , zijn algehele ontwikkeling en de aanwezige problematiek.
De GI heeft zich bereid verklaard de voogdij op zich te nemen. De rechtbank is daarom van oordeel dat de GI moet worden belast met de voogdij.
Op grond van het bepaalde in artikel 1:276, eerste lid, van het BW wordt de vader als ouder waarvan het gezag wordt beëindigd, veroordeeld tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover aan zijn opvolgers in dat bewind, er vanuit gaande dat de vader het bewind voerde over het vermogen van [voornaam minderjarige] .

De beslissing

De rechtbank:
beëindigt het ouderlijk gezag van [naam vader] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , [geboorteland] , over [voornaam minderjarige] ;
benoemt tot voogd over [voornaam minderjarige] de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam;
veroordeelt de vader aan de voogd rekening en verantwoording van het gevoerde bewind over het vermogen van [voornaam minderjarige] te doen;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias als griffier en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.