De zaak betreft een geschil tussen een opdrachtgever, een aannemer en een onderaannemer over terugkerende lekkages en loslatende dakbedekking van een bedrijfspand. Het pand is in 2010 opgeleverd en het dak is door de onderaannemer uitgevoerd conform een bestek dat door een derde partij is opgesteld.
De opdrachtgever vordert herstel van het dak en stelt dat de aannemer en onderaannemer aansprakelijk zijn wegens gebrekkige uitvoering. De aannemer en onderaannemer betwisten dit en voeren aan dat het werk conform het bestek is uitgevoerd en dat de lekkages het gevolg zijn van constructiefouten en stormschade, niet van hun handelen.
Een deskundigenrapport concludeert dat herstel noodzakelijk is, maar dat de onderaannemer het dak volgens het bestek heeft uitgevoerd. Er is geen waarschuwingsplicht geweest omdat het bestek voldeed aan de geldende richtlijnen. De rechtbank oordeelt dat noch de aannemer noch de onderaannemer aansprakelijk zijn voor het herstel en wijst de vorderingen af. De opdrachtgever wordt veroordeeld in de proceskosten.