De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot doorhaling van een latere vermelding van een ambtshalve verbetering van de geboorteakte van een minderjarige. De ambtenaar van de burgerlijke stand had de voornamen van het kind gewijzigd, maar deze wijziging werd betwist door de ouders. De rechtbank oordeelde dat een wijziging van de voornaam niet als een verbetering van een kennelijke misslag kan worden aangemerkt en dat hiervoor een andere procedure gevolgd had moeten worden.
De rechtbank wees het verzoek tot gelijktijdige aanvulling van het register af, omdat de voornamen niet opnieuw gewijzigd dienen te worden. De latere vermelding betreffende de ambtshalve verbetering werd aangemerkt als ten onrechte opgemaakt en moest worden doorgehaald. Met de doorhaling worden de voornamen van de minderjarige weer conform de oorspronkelijke geboorteakte.
Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat beide ouders ongelukkig waren met de door de ander gekozen eerste voornaam, die cultureel van groot belang is. De rechtbank raadde aan dat de ouders in overleg met hun advocaten tot een eensluidend voorstel komen voor een gewenste naamswijziging, wat in het belang van de minderjarige is.
De beschikking werd gegeven door rechter M.W.J. van Elsdingen op 25 augustus 2022 en is openbaar uitgesproken. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Den Haag binnen drie maanden na dagtekening.