ECLI:NL:RBROT:2022:7789

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
14 september 2022
Publicatiedatum
20 september 2022
Zaaknummer
10006637 VV EXPL 22-281
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 Landelijk procesreglement kort gedingen rechtbanken, kantonBoogaard/Vesta arrest (Hoge Raad 9 december 1955, ECLI:NL:HR:1955:47)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering onrechtmatige concurrentie ex-werknemer zonder concurrentiebeding

TCS Asset Monitoring B.V. vordert in kort geding dat haar voormalige werknemer wordt verboden om tot 1 januari 2023 werkzaam te zijn bij een concurrerende onderneming en tot 26 juli 2023 klanten en leveranciers van TCS te benaderen. De werknemer heeft geen concurrentiebeding in zijn arbeidsovereenkomst, waardoor het vrijstaat om in concurrentie te treden tenzij bijzondere omstandigheden onrechtmatige concurrentie aannemelijk maken.

De rechtbank overweegt dat de door TCS gestelde feiten onvoldoende zijn om te concluderen dat sprake is van onrechtmatige concurrentie conform het arrest Boogaard/Vesta. Het enkele feit dat de werknemer bij een concurrent gaat werken en dat hij zijn mobiele telefoon heeft leeggemaakt, is onvoldoende bewijs. Bovendien zou de gevorderde verbod neerkomen op een algeheel concurrentieverbod dat niet is overeengekomen.

De kantonrechter wijst het verzoek af en veroordeelt TCS in de proceskosten van € 747,-. Tevens wordt een verzoek tot aanhouding van de zitting vanwege ziekte van de gemachtigde afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en te late indiening.

Uitkomst: De vorderingen van TCS worden afgewezen en TCS wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

locatie Rotterdam
zaaknummer: 10006637 VV EXPL 22-281
datum uitspraak: 14 september 2022
Vonnis in kort geding van de kantonrechter
in de zaak van
TCS Asset Monitoring B.V.,
vestigingsplaats: Vlaardingen,
eiser,
gemachtigde: mr. L.S. van Dis,
tegen
[gedaagde],
woonplaats: [woonplaats gedaagde],
gedaagde,
gemachtigde: mr. B.J. Agteresch.
De partijen worden hierna ‘TCS’ en ‘[gedaagde]’ genoemd.

1..De procedure

1.1.
Het dossier bestaat uit de volgende processtukken:
  • de dagvaarding van 27 augustus 2022, met bijlagen;
  • een bijlage van [gedaagde];
  • de pleitnota van de gemachtigde van [gedaagde].
1.2.
Op 7 september 2022 is de zaak tijdens een mondelinge behandeling met mr. B.J. Agteresch en [gedaagde] besproken.
1.3.
Mr. van Dis heeft namens TCS bij e-mail van 6 september 2022 20:50 uur verzocht om de zitting van de dag daarna om 10:30 uur aan te houden. In deze e-mail schrijft hij dat zijn cliënt vanwege omstandigheden niet in staat is de zitting bij te wonen. Mr. Agteresch, namens [gedaagde], heeft bij e-mail van 6 september 2022 22:44 uur tegen de verzochte aanhouding gemotiveerd bezwaar gemaakt.

2..Het geschil en de beoordeling

uitstelverzoek
2.1.
De rechtbank Rotterdam is een dynamische rechtbank, maar dit betekent niet dat de griffie 24 uur per dag bereikbaar is. De kantonrechter heeft het aanhoudingsverzoek en het bezwaar daartegen dan ook pas op 7 september 2022, kort voor de zitting, gezien. Van de griffie heeft de kantonrechter nog vernomen dat mr. Van Dis op de ochtend van de zitting heeft gebeld met de mededeling dat zijn cliënt corona heeft en dat hij zelf niet genoeg gemachtigd is om voor zijn cliënt het woord te voeren.
2.2.
Ter zitting is mr. Agteresch met [gedaagde] verschenen, tevens was aanwezig de vader van [gedaagde]. Mr. Van Dis is niet verschenen. Mr. Agteresch heeft zijn bezwaar tegen de verzochte aanhouding gehandhaafd waarbij hij tevens heeft verwezen naar het toepasselijke procesreglement.
2.3.
De kantonrechter heeft besloten de zitting niet aan te houden en deze te laten doorgaan. In artikel 10 van Pro het Landelijk procesreglement kort gedingen rechtbanken, kanton is vermeld hoe en op welke gronden verplaatsing van de mondelinge behandeling kan plaatsvinden. In dit reglement is onder andere vermeld dat een verplaatsingsverzoek uiterlijk 24 uur voor de mondelinge behandeling moet worden gedaan onder vermelding van de verhinderdata van alle partijen. Dit is niet gebeurd. Hierbij komt dat het verzoek ook niet is gemotiveerd. Weliswaar heeft mr. Van Dis kort voor de mondelinge behandeling aan de griffie telefonisch doorgegeven dat er sprake is van corona, maar enig bewijs daarvan heeft hij niet getoond terwijl hij evenmin heeft uitgelegd waarom de vennootschap niet zou kunnen worden vertegenwoordigd door een ander dan degene die corona zou hebben. Van een klemmende reden om de mondelinge behandeling te verplaatsen is dan ook niet gebleken (artikel 10.2 van het reglement).
de vordering van TCS
2.4.
TCS vordert, kort gezegd, dat [gedaagde] wordt verboden om tot 1 januari 2023 in Nederland werkzaam te zijn voor een onderneming die gelijke of gelijksoortige activiteiten verricht als TCS. TCS vordert voorts dat [gedaagde] wordt verboden om tot 26 juli 2023 opdrachtgevers, leveranciers en prospects van TCS te benaderen met het doel om aan hen producten of diensten te leveren die gelijk zijn aan die van TCS. Een en ander op straffe van een dwangsom.
verweer [gedaagde]
2.5.
Mr. Agteresch heeft een pleitnota overgelegd en aan de hand daarvan het standpunt van [gedaagde] toegelicht. Het verweer van [gedaagde] komt neer op het volgende. Het staat [gedaagde] vrij om met TCS in concurrentie te treden. Dat is slechts anders als er voldaan is aan de cumulatieve vereisten van het arrest Boogaard/Vesta. Daaraan is niet voldaan. Er is dan ook geen sprake van (al dan niet dreigende) onrechtmatige concurrentie.
oordeel kantonrechter
2.6.
De vorderingen van TCS zullen worden afgewezen. De kantonrechter licht dit als volgt toe.
2.7.
De arbeidsovereenkomst van [gedaagde] bevat geen concurrentiebeding. Dit betekent dat het [gedaagde] vrijstaat om bij een werkgever in dienst te treden die dezelfde of vergelijkbare activiteiten heeft als TCS. Onder bijzondere omstandigheden kan een dergelijke concurrentie onrechtmatig zijn. De omstandigheden waaronder concurrentie onrechtmatig is volgen uit het arrest van de Hoge Raad Boogaard/Vesta (Hoge Raad 9 december 1955, ECLI:NL:HR:1955:47) en daarop gebaseerde verdere rechtspraak. Deze omstandigheden zijn als volgt. Het moet gaan om a) het stelselmatig en substantieel afbreken van b) het duurzame bedrijfsdebiet van de voormalige werkgever c) met de hulpmiddelen die de werknemer daartoe vertrouwelijk van zijn voormalige werkgever ter beschikking heeft gekregen.
2.8.
Hetgeen TCS hierover in de dagvaarding heeft gesteld is, indien al juist, onvoldoende om aan te nemen dat van onrechtmatige concurrentie sprake is of dat onrechtmatige concurrentie dreigt. Het enkele feit dat de directeur van Protectrans aan een klant zou hebben gezegd dat [gedaagde] bij zijn bedrijf gaat werken is daarvoor volstrekt onvoldoende. Hetzelfde geldt voor het door TCS aangehaalde feit dat [gedaagde] de bij hem in gebruik zijnde mobiele telefoon heeft leeggemaakt voordat hij deze aan TCS heeft teruggegeven. De op die telefoon aanwezige privé gegevens ([gedaagde] gebruikte de telefoon ook privé) zijn niet voor de ogen van TCS bestemd.
2.9.
Tot slot heeft te gelden dat de door TCS geformuleerde vordering, zoals [gedaagde] heeft aangevoerd, in feite neerkomt op een algeheel concurrentieverbod c.q. op een concurrentiebeding dat blijkens de arbeidsovereenkomst nu juist niet is overeengekomen.
2.10.
Dit alles betekent dat de vorderingen van TCS niet toewijsbaar zijn.
proceskosten
2.11.
TCS is in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kantonrechter stelt deze met toepassing van het gangbare tarief vast op € 747,-. Eventuele nakosten behoeven in het vonnis niet te worden begroot.

3..De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
wijst de vordering af;
3.2.
veroordeelt TCS in de proceskosten, aan de kant van [gedaagde] tot vandaag vastgesteld op € 747,-.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Langeler en in het openbaar uitgesproken.
47636