Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- het tussenvonnis van 17 maart 2021 en de daarin genoemde stukken;
- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 15 december 2021.
2..De verdere beoordeling
1.407,50(2,5 punten × tarief € 563,00)
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele zaak vordert eiser schadevergoeding van Allianz Benelux N.V. wegens een verkeersongeval waarbij eiser stelt dat de verzekerde van Allianz onzorgvuldig aan het verkeer heeft deelgenomen. De rechtbank verwijst naar een eerder tussenvonnis waarin eiser werd opgedragen bewijs te leveren dat de verzekerde onvoldoende remde en uitweek terwijl daarvoor voldoende tijd en gelegenheid was.
Tijdens de procedure zijn vier getuigen gehoord, waaronder de verzekerde en eiser zelf. De verklaringen van de getuigen geven een beeld van een kettingbotsing waarbij de verzekerde snel en beperkt uitweek vanwege een onverwachte situatie. De verklaring van eiser als partijgetuige heeft beperkte bewijskracht en kan niet zelfstandig het bewijs leveren.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet is geslaagd in het leveren van het bewijs dat Allianz' verzekerde onzorgvuldig handelde. De vorderingen worden daarom afgewezen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van Allianz worden begroot op € 2.063,50, te vermeerderen met wettelijke rente en nakosten onder voorwaarden.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af wegens onvoldoende bewijs van onzorgvuldig verkeersgedrag door de verzekerde.