De zaak betreft een helikopterpiloot die sinds 2012 werkzaam is en sinds 2018 bij Noordzee Helikopters Nederland B.V. (NHN). De locatie Arnemuiden waar hij werkte is per 31 augustus 2022 opgeheven. NHN heeft een ontslagvergunning aangevraagd bij het UWV wegens bedrijfseconomische redenen.
[eiser] vordert in kort geding dat NHN hem per 1 september 2022 tewerkstelt als captain pilot in Den Helder en hem aanmeldt voor een typerating AW139 training. Hij stelt dat hij onterecht op non-actief is gesteld en dat hij zijn positie wil veiligstellen voorafgaand aan de UWV-beslissing.
De rechtbank oordeelt dat de vraag of de arbeidsplaats is komen te vervallen exclusief aan het UWV toekomt en dat in kort geding slechts kan worden beoordeeld of een voorlopige voorziening noodzakelijk is. De rechtbank stelt vast dat het UWV-proces naar verwachting circa drie maanden zal duren, wat niet zo lang is dat van eiser niet kan worden verlangd de beslissing af te wachten.
De stelling van eiser dat er een onomkeerbare situatie ontstaat indien hij niet wordt tewerkgesteld wordt niet gevolgd. Indien het UWV de ontslagaanvraag afwijst, blijft eiser in dienst en kan hij zijn functie hervatten. De rechtbank concludeert dat er geen spoedeisend belang is en wijst de vordering af.
Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten, begroot op €498,- ten gunste van NHN.