ECLI:NL:RBROT:2022:7807
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op Ziektewetuitkering wegens geschiktheid eigen arbeid
Eiseres, werkzaam als postsorteerder, viel uit op 26 november 2020 en ontving aanvankelijk een Ziektewetuitkering en later een WAZO-uitkering. Na het beëindigen van de WAZO-uitkering meldde zij zich op 18 juli 2021 ziek. Verzekeringsartsen stelden vast dat zij haar eigen arbeid kon verrichten, waarop verweerder het recht op Ziektewetuitkering introk. Eiseres voerde aan dat zij door fibromyalgie en pijnklachten beperkt was in haar functioneren en dat haar functie zwaarder was dan door verweerder aangenomen.
De rechtbank weegt de medische rapportages en het feit dat eiseres zonder problemen dagelijkse activiteiten kan verrichten, waaronder het verzorgen van haar kind en het duwen van een kinderwagen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat geen beperkingen konden worden vastgesteld en dat eiseres geschikt was voor haar eigen arbeid. De rechtbank volgt deze conclusie en wijst erop dat een andere invulling van de functie niet tot een andere uitkomst leidt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het bestreden besluit van verweerder. Tevens wijst zij erop dat indien relevante medische informatie beschikbaar komt, een herzieningsverzoek mogelijk is. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiseres geen recht heeft op een Ziektewetuitkering vanaf 18 juli 2021.