De zaak betreft loonvorderingen van buitenlandse chauffeurs, vertegenwoordigd door de FNV, tegen hun werkgever [gedaagde 3], een vennootschap naar Tsjechisch recht. De chauffeurs stellen dat zij meer uren hebben gewerkt dan op loonstroken zijn vermeld, omdat [gedaagde 3] een normeringsregeling toepaste die uren corrigeerde. Zij baseren hun vorderingen op een inschatting van de gemiddelde arbeidsomvang en tachograafgegevens van één chauffeur.
[gedaagde 3] betwist de normeringsregeling en stelt dat de loonstroken correct zijn, dat de chauffeurs onjuiste interpretaties maken van tachograafgegevens, en dat de inschaling in de cao anders is dan de chauffeurs aannemen. Ook bestrijdt zij de hoogte van de vorderingen en stelt twee alternatieve berekeningswijzen voor.
De kantonrechter oordeelt dat onvoldoende is gebleken dat een normeringsregeling is toegepast en dat de tachograafgegevens niet zonder meer kunnen worden gebruikt om de loonvorderingen te onderbouwen. De loonstroken blijven daarom de belangrijkste informatiebron. De inschaling in trede D5 wordt aangenomen, conform de stelling van de chauffeurs. De kantonrechter geeft partijen gelegenheid om te reageren op diverse punten, waaronder de berekeningswijze, het ritme van werken en verlof, en de vertaling van loonstroken. De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken en berekeningen.