De rechtbank Rotterdam behandelde op 1 september 2022 het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige en het vaststellen van een zorg- en omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige.
De ondertoezichtstelling was eerder verlengd tot 17 september 2022. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om verlenging voor zes maanden en een omgangsregeling waarbij de vader eens per twee weken een weekend en een dinsdagmiddag omgang zou krijgen. De moeder wilde graag dat de kinderen ook in het weekend bij elkaar zouden zijn, maar de vader en GI stelden dat het belang van de vader en de minderjarige zwaarder woog.
De rechtbank constateerde dat de ouders niet tot overeenstemming konden komen en dat de communicatie tussen hen gebrekkig was. De ondertoezichtstelling werd verlengd om de impasse te doorbreken en de communicatie te verbeteren. De omgangsregeling werd vastgesteld voor drie maanden met een uitbreiding van de omgangsfrequentie en overnachtingen bij de vader. De moeder kan hierdoor niet in het weekend met haar hele gezin activiteiten ondernemen, maar het belang van de minderjarige om een band met zijn vader en halfzus op te bouwen werd als zwaarder beoordeeld.
De verdere opbouw van de omgangsregeling werd aangehouden tot 1 december 2022, waarbij de GI wordt verzocht een rapportage over de stand van zaken te geven.