ECLI:NL:RBROT:2022:7979
Rechtbank Rotterdam
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betaling griffierecht en onvoldoende onderbouwing betalingsonmacht
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Justitie en Veiligheid, waarbij zijn bezwaar ongegrond werd verklaard. Bij het indienen van het beroepschrift vroeg eiser om vrijstelling van het griffierecht, maar heeft dit verzoek niet tijdig of voldoende onderbouwd.
De rechtbank heeft eiser meerdere malen verzocht om het verzoek tot vrijstelling te onderbouwen en het griffierecht te betalen. Ondanks aanmaningen heeft eiser het griffierecht niet voldaan binnen de gestelde termijnen.
Op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk omdat redelijkerwijs kan worden geoordeeld dat eiser in verzuim is geweest. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter C.E. Bos op 15 september 2022 en in het openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht en onvoldoende onderbouwing van het verzoek tot vrijstelling.