Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
hierna: de minderjarige,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een beroep van de achterblijfster tegen een huisverbod dat aan de uithuisgeplaatste is opgelegd en verlengd door de burgemeester van Rotterdam. Het huisverbod is gebaseerd op de Wet tijdelijk huisverbod (Wth) vanwege een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van de huisgenoten, waaronder een minderjarige dochter van de achterblijfster.
De voorzieningenrechter heeft het beroep beoordeeld en vastgesteld dat het gevaar dat aan het huisverbod ten grondslag ligt niet is weersproken. De achterblijfster stelde dat het huisverbod niet in het belang van de minderjarige is, omdat het contactverbod de relatie tussen de uithuisgeplaatste en de minderjarige belemmert. De rechter overwoog dat het contactverbod onderdeel is van het huisverbod om het slachtoffer rust te geven, maar dat contact via hulpverlening mogelijk blijft. De minderjarige verblijft bovendien veel bij haar zus en heeft weinig last van het huisverbod.
De rechter concludeerde dat het huisverbod en de verlenging daarvan redelijk en noodzakelijk zijn, mede gezien het ontbreken van veiligheidsafspraken en de langdurige spanningen. De achterblijfster kreeg de gelegenheid een advocaat te zoeken, maar maakte hier geen gebruik van. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het huisverbod en de verlenging wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.