Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding, met producties;
- de conclusie van antwoord, met producties;
- het vonnis van 30 augustus 2021, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald.
Rechtbank Rotterdam
Eiser huurt een woning van Woonbron waar in 2018 werkzaamheden zijn verricht die schade aan zijn inboedel veroorzaakten. Eiser stelt dat de schade hoger is dan de door de verzekeraar van Woonbron begrote € 4.508,- en vordert het verschil plus kosten van contra-expertise.
Woonbron erkent aansprakelijkheid maar bestrijdt de hoogte van de schadevergoeding. De rechtbank stelt dat eiser zijn schadevordering onvoldoende heeft onderbouwd, onder meer door het ontbreken van aankoopbonnen en foto's, en dat de door zijn expert gehanteerde waardes onrealistisch hoog zijn.
De rechtbank past artikel 6:97 BW Pro toe en schat de schade op het bedrag van de expert van Woonbron. Het verschil tussen dit bedrag en de reeds betaalde vergoeding is € 92,38, dat Woonbron moet betalen, plus wettelijke rente vanaf de datum van schade. De kosten van de contra-expertise worden afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd zodat partijen ieder hun eigen kosten dragen.
Uitkomst: Woonbron moet € 92,38 plus wettelijke rente betalen, overige vorderingen worden afgewezen.