AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Vordering tot medewerking verkoop en ontruiming woning na ontbinding geregistreerd partnerschap
Partijen zijn ex-partners die gezamenlijk eigenaar zijn van een woning waarop een hypotheek rust. Na ontbinding van hun geregistreerd partnerschap is de woning aan de man toegedeeld onder de voorwaarde dat hij binnen drie maanden de financiering rond zou krijgen en de vrouw uit hoofdelijke aansprakelijkheid zou worden ontslagen. De man is hier niet aan voldaan, waardoor verkoop van de woning aan een derde noodzakelijk is.
De vrouw vordert in kort geding dat de man wordt veroordeeld tot medewerking aan de verkoop en levering van de woning, waaronder het medeondertekenen van verkoop- en leveringsaktes, en tot ontruiming van de woning na verkoop. Tevens vordert zij een dwangsom bij niet-nakoming.
De rechtbank wijst de vorderingen toe voor het geval de man niet uiterlijk 15 november 2022 kan aantonen dat hij de woning kan financieren en de vrouw kan worden ontslagen uit haar aansprakelijkheid. De machtiging tot zelfstandig te gelde maken van de woning wordt afgewezen als te verstrekkend. De dwangsom wordt gematigd tot €1.000 per overtreding met een maximum van €100.000. De ontruiming binnen een week voor levering wordt toegewezen, maar machtiging tot ontruiming met politie wordt afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot medewerking aan verkoop en levering van de woning en tot ontruiming binnen een week na verkoop, met een dwangsom bij niet-nakoming.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel en haven
zaaknummer / rolnummer: C/10/642904 / KG ZA 22-693
Vonnis in kort geding van 27 september 2022
in de zaak van
[eiseres01],
wonende te [woonplaats01] ,
eiseres,
advocaat mr. H.E. Visscher te Papendrecht,
tegen
[gedaagde01],
wonende te [woonplaats01] ,
gedaagde,
verschenen in persoon.
Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.
1..De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 5 september 2022, met producties 1 tot en met 5,
de mondelinge behandeling van 13 september 2022.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2..De feiten
2.1.
Partijen zijn ex-partners. Zij hebben de woning aan de [adres01] te ( [postcode01] ) [plaats01] (hierna: de woning) in gezamenlijke eigendom. Op deze woning rust een door partijen afgesloten hypotheek.
2.2.
Het geregistreerd partnerschap tussen partijen is bij beschikking van deze rechtbank van 13 januari 2020 ontbonden. Deze beschikking luidt voor zover hier van belang:
“(…)
a. De echtelijke woning en de hypothecaire geldlening
2.9.9.
Partijen zijn overeengekomen dat de woning aan de man wordt toegedeeld onder de
voorwaarde dat de man binnen drie maanden na het geven van deze beschikking in staat is
deze toedeling te financieren, zonder nadere verrekening met de vrouw. De man zal de
hypothecaire schuld voor zijn rekening nemen. De man draagt er zorg voor dat de bank de
vrouw ontslaat uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldlening.
2.9.10.
Als de man niet binnen drie maanden na het geven van deze beschikking in staat is
de toedeling van de woning aan hem te financieren en/of het ontslag van de vrouw uit
bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid te bewerkstelligen, moet de woning worden
verkocht. Partijen moeten dan in onderling overleg een makelaar benoemen. Als partijen
hier niet uitkomen dan selecteert de vrouw drie makelaarskantoren en stuurt deze selectie
naar de man. Na ontvangst daarvan kiest de man binnen één week uit die selectie de
verkopende makelaar. Daarna verrichten partijen zo spoedig mogelijk de volgende
handelingen:
- invullen en ondertekenen van door de makelaar geleverde formulieren ten behoeve van
de opdracht tot verkoop,
- aanleveren van door de makelaar verzochte documenten,
- betaling van hun deel van de aanbetaling aan de makelaar, binnen de gestelde
betalingstermijn van de makelaar,
- leveren van een set sleutels aan de makelaar, binnen de door de makelaar gestelde
termijn,
- meewerken aan het bepalen van de verkoopprijs of de vraag- en laatprijs, binnen de
door de makelaar gestelde termijn,
- meewerken aan geplande bezichtigingen,
- zorgen dat huis en tuin verzorgd ogen voor iedere bezichtiging,
- alle andere handelingen die noodzakelijk zijn voor de verkoop en oplevering van de
woning, waartoe zowel door de makelaar als in een later stadium door de notaris
verzocht wordt, binnen de door hen gestelde termijnen,
- het tekenen van de koopovereenkomst,
- het meewerken aan de levering van de echtelijke woning via de notaris. waaronder het
tekenen van de transportakte of een volmacht binnen de door de notaris gestelde
termijn.
2.9.11.
Bij dit alles geldt nog het volgende:
- voor het geval partijen niet in onderling overleg tot overeenstemming komen over de te
hanteren verkoopprijs en of de vraag- en laatprijs, zal de makelaar deze bindend
vaststellen, alsmede een eventuele wijziging van de te hanteren vraag- en laatprijs in
geval verkoop uitblijft.
- in het geval de makelaar de verkoopprijs en/of vraag- en laatprijs bindend heeft
vastgesteld, hanteren partijen deze bij de verkoop van de echtelijke woning aan een
derde,
- als de makelaar de opdracht tot verkoop van de echtelijke woning teruggeeft wegens
gebrek aan medewerking van de zijde van een van partijen, voldoet de niet-meewerkende
partij de kosten die de makelaar in rekening brengt. Dit geldt ook voor schade en of extra onkosten veroorzaakt door het niet-meewerken van een partij bij de afwikkeling bij de notaris en door het niet correct opleveren van het huis aan kopers (…).”
3..Het geschil
3.1.
De vrouw vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1) de vrouw te machtigen ex artikel 3:174 BWPro tot het te gelde maken van de woning alsmede van de hieraan verbonden hypothecaire geldleningen en de vrouw te machtigen alles te mogen doen wat noodzakelijk is voor de verkoop van de woning,
2) de man te veroordelen medewerking te verlenen aan verkoop en levering van de woning, waarbij elke medewerking moet worden gezien in de breedste zin des woords, waaronder het medeondertekenen van de verkoopovereenkomst, koopovereenkomst en het mede
ondertekenen van de notariële leveringsakte voor verkoop en levering aan een door de vrouw uitgekozen potentiële koper, waarbij de vrouw zich laat leiden door de adviezen van de makelaar, en daarbij te bepalen voor zover de man niet binnen het eerste verzoek
medewerking verleent aan het mede ondertekenen van de verkoopovereenkomst, de
koopovereenkomst en het mede ondertekenen van de notariële akte, het te wijzen vonnis
overeenkomstig het bepaalde in artikel 3:300 BWPro dezelfde kracht zal hebben als een
ontbrekende wilsverklaring, medewerking respectievelijk handtekening van de man ten
behoeve van (een deel van) de koop- en leveringsakte, voor zover de man niet vrijwillig
meewerkt aan de verkoop en/of eigendomsoverdracht c.q. levering van de woning,
3) de man te veroordelen alle medewerking te verlenen aan alle feitelijke handelingen die
redelijkerwijs nodig zijn om tot een zo hoog mogelijke verkoopprijs van de woning te komen, waaronder in ieder geval:
- het opvolgen van de aanwijzingen van de makelaar;
- het verschaffen van toegang tot de woning aan de makelaar met potentiële kopers;
- het ordelijk en schoonhouden van de woning;
- het netjes houden van de buitenzijde van de woning en rondom de woning;
- het niet aanwezig zijn op het moment dat de makelaar met potentiële kopers door de
woning gaat;
- het zich onthouden van welke handeling dan ook die de verkoop van de woning belemmert/verslechtert;
- de woning te verlaten op de door de makelaar aangegeven dagen en tijdstippen die door de makelaar zullen worden gepland voor de bezichtigingen en waarbij de makelaar uiterlijk 3 dagen tevoren moet hebben aangegeven wanneer de man niet aanwezig mag zijn;
- al het voorgaande in de breedste zin des woords,
zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per keer dat de man niet
aan deze veroordeling voldoet, zulks met een maximum van € 100.000,00,
4) de man te veroordelen, voor het geval de maximale dwangsommen zijn bereikt en hij nog
altijd niet aan het hierboven gevorderde voldoet, de woning te ontruimen en de woning onder afgifte van de sleutels ter beschikking van de makelaar te stellen, zulks met machtiging van de vrouw, om, indien de man in gebreke blijft aan deze ontruiming te voldoen, de ontruiming zelf te doen uitvoeren, zo nodig met behulp van de sterke arm van politie en justitie, alles op kosten van de man,
5) de man te veroordelen de woning te ontruimen en ontruimd te houden op het moment dat de woning is verkocht aan een derde, dat wil zeggen uiterlijk binnen één week voor de levering van de woning aan een derde(n), de woning te ontruimen zodat de woning kan worden geleverd, en de woning onder afgifte van de sleutels ter beschikking van de makelaar te stellen, zulks met de machtiging aan de vrouw om, indien de man in gebreke blijft aan deze ontruiming te voldoen, de ontruiming zelf te doen uitvoeren, zo nodig met behulp van de sterke arm en politie en justitie, alles op kosten van de man,
6) de man te veroordelen in de proceskosten, een en ander te voldoen binnen veertien
dagen na de datum van het vonnis en, voor het geval voldoening van de kosten niet binnen
die termijn plaatsvindt, te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te
rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.
3.2.
De man voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4..De beoordeling
4.1.
Bij beschikking van 13 januari 2020 (zie 2.2) is de voormalige echtelijke woning aan de [adres01] in [plaats02] (hierna: de woning) toebedeeld aan de man, onder de opschortende voorwaarde de man binnen drie maanden na het geven van die beschikking in staat zou zijn de toedeling van de woning aan hem te financieren en zou bewerkstellingen dat de vrouw als hoofdelijk schuldenaar zou worden ontslagen uit haar verplichtingen verbonden aan de hypothecaire geldlening. Vaststaat dat de man hieraan niet heeft voldaan en ook niet aan zijn verplichtingen zoals vermeld in 2.9.10 van de hiervoor vermelde beschikking om tot verkoop van de woning aan een derde te komen.
4.2.
Partijen zijn ter zitting overeenkomen dat de man nog één kans krijgt om de woning over te nemen. Zij hebben afgesproken dat de man de woning zal laten taxeren door Kooyman Makelaars of Alblasserwaard Makelaars, dat hij de woning vervolgens zal overnemen tegen de taxatiewaarde en dat hij uiterlijk 15 november 2022 aan de hand van een offerte aan de vrouw zal aantonen dat hij het overnemen van de woning kan financieren en dat de vrouw als hoofdelijk schuldenaar zal worden ontslagen uit haar verplichtingen verbonden aan de hypothecaire geldlening. Partijen hebben afgesproken dat, als de man hieraan niet voldoet, de woning zal worden verkocht aan een derde.
4.3.
Tegen de achtergrond van het voorgaande zal de voorzieningenrechter, voor het geval de man – kort gezegd – de financiering niet voor 15 november 2022 rond heeft, de vorderingen van de vrouw als volgt toewijzen.
4.4.
De door de vrouw gevorderde machtiging tot het te gelde maken van de woning op grond van artikel 3:174 BWPro acht de voorzieningenrechter niet toewijsbaar, aangezien een dergelijke machtiging te verstrekkend is. De vrouw zou daarmee immers zonder enige invloed van de man de voorwaarden voor de verkoop en levering van de woning kunnen bepalen. De voorzieningenrechter acht de gevorderde veroordeling van de man tot medewerking aan de verkoop en levering van de woning – als het mindere van de hiervoor bedoelde machtiging – wel toewijsbaar. Daarbij zal, zoals gevorderd, worden bepaald dat dit vonnis zo nodig in de plaats treedt van – kort gezegd – de medewerking van de man.
4.5.
De verkoop van de woning brengt met zich dat de te benoemen makelaar in staat moet worden gesteld zijn werk te kunnen doen. De makelaar moet alle handelingen kunnen verrichten die noodzakelijk zijn om tot verkoop van de woning over te kunnen gaan. De man heeft geen zelfstandig verweer gevoerd tegen de vordering om hem te veroordelen alle medewerking te verlenen aan alle feitelijke handelingen die redelijkerwijs nodig zijn om tot een zo hoog mogelijke verkoopprijs van de woning te komen. De voorzieningenrechter zal deze vordering daarom toewijzen en de man veroordelen om alle aanwijzingen van de makelaar op te volgen, voor zover deze aanwijzingen redelijk zijn. De mede gevorderde dwangsom zal worden gematigd tot € 1.000,00 per keer dat de man de redelijke aanwijzingen van de makelaar niet opvolgt. De maximum aan te verbeuren dwangsommen zal, zoals gevorderd, worden bepaald op € 100.000,00.
4.6.
De gevorderde ontruiming ten behoeve van de verkoop van de woning, voor het geval de man het maximum aan dwangsommen heeft verbeurd, is niet toewijsbaar. Naar voorlopig oordeel leveren de dwangsom en de hoogte van het daaraan verbonden maximum een voldoende prikkel tot nakoming op.
4.7.
Zodra de woning is verkocht aan een derde, zal de man de woning voorafgaand aan de levering moeten verlaten. De gevorderde ontruiming uiterlijk één week voordat de levering van de woning aan die derde zal plaatsvinden, is daarom wel toewijsbaar. De mede gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te bewerkstelligen, desnoods met behulp van de sterke arm van politie en justitie, zal worden afgewezen. Op grond van artikel 556 lid 1 enProartikel 557 RvPro is rechtelijke machtiging overbodig. De vrouw heeft voldoende aan een ontruimingsvonnis om de deurwaarder in te mogen schakelen als de man niet vrijwillig tot ontruiming overgaat.
4.8.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5..De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1.
veroordeelt de man om, indien hij niet uiterlijk 15 november 2022 aan de hand van een offerte kan aantonen dat hij op basis van de onder 4.2 bedoelde taxatie de woning kan financieren en de vrouw kan worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de aan de woning verbonden hypothecaire geldlening, medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de woning, waarbij elke medewerking moet worden gezien in de breedste zin des woords, waaronder het medeondertekenen van de verkoopovereenkomst, koopovereenkomst en de notariële leveringsakte voor verkoop en levering aan een door de vrouw uitgekozen potentiële koper, waarbij de vrouw zich laat leiden door de adviezen van de makelaar, en overigens hetgeen is overwogen onder 2.9.10 en 2.9.11 van de beschikking van 13 januari 2020 onverkort van toepassing is,
5.2.
bepaalt dat, voor zover de man niet binnen het eerste verzoek medewerking verleent aan het mede ondertekenen van de verkoopovereenkomst, de koopovereenkomst en/of de notariële leveringsakte, dit vonnis in de plaats treedt van de vereiste wilsverklaring, medewerking en handtekening van de man,
5.3.
veroordeelt de man om, na betekening van dit vonnis, medewerking te verlenen aan alle feitelijke handelingen die redelijkerwijs nodig zijn om tot een zo hoog mogelijk verkoopprijs van de woning te komen, door alle redelijke aanwijzingen daartoe van de makelaar op te volgen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,00 per keer dat de man niet aan deze veroordeling voldoet, met een maximum van € 100.000,00
5.4.
veroordeelt de man om, zodra de woning is verkocht aan een derde, de woning uiterlijk binnen één week voor levering van de woning aan die derde te ontruimen en ontruimd te houden en de woning onder afgifte van de sleutels ter beschikking van de makelaar te stellen,
5.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.6.
compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 27 september 2022.