Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding van 5 september 2022, met producties 1 tot en met 5,
- de mondelinge behandeling van 13 september 2022.
Rechtbank Rotterdam
Partijen zijn ex-partners die gezamenlijk eigenaar zijn van een woning waarop een hypotheek rust. Na ontbinding van hun geregistreerd partnerschap is de woning aan de man toegedeeld onder de voorwaarde dat hij binnen drie maanden de financiering rond zou krijgen en de vrouw uit hoofdelijke aansprakelijkheid zou worden ontslagen. De man is hier niet aan voldaan, waardoor verkoop van de woning aan een derde noodzakelijk is.
De vrouw vordert in kort geding dat de man wordt veroordeeld tot medewerking aan de verkoop en levering van de woning, waaronder het medeondertekenen van verkoop- en leveringsaktes, en tot ontruiming van de woning na verkoop. Tevens vordert zij een dwangsom bij niet-nakoming.
De rechtbank wijst de vorderingen toe voor het geval de man niet uiterlijk 15 november 2022 kan aantonen dat hij de woning kan financieren en de vrouw kan worden ontslagen uit haar aansprakelijkheid. De machtiging tot zelfstandig te gelde maken van de woning wordt afgewezen als te verstrekkend. De dwangsom wordt gematigd tot €1.000 per overtreding met een maximum van €100.000. De ontruiming binnen een week voor levering wordt toegewezen, maar machtiging tot ontruiming met politie wordt afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot medewerking aan verkoop en levering van de woning en tot ontruiming binnen een week na verkoop, met een dwangsom bij niet-nakoming.