In deze zaak stond de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van een tweejarig kind centraal. De vader verzocht om het kind als hoofdverblijfplaats bij hem te plaatsen en een zorgregeling waarbij het kind om de week bij hem zou verblijven. De moeder verzocht om een aangepaste omgangsregeling waarbij het kind in de oneven weken in het weekend bij de vader zou zijn.
De rechtbank nam kennis van een ouderschapsplan dat partijen met mediation hadden opgesteld, waarin de hoofdverblijfplaats bij de moeder bleef en het kind wekelijks van zondag 9:00 uur tot dinsdag 19:30 uur bij de vader verbleef. Na een incident in april 2022 waarbij de vader werd aangehouden en een contactverbod kreeg, stopte de zorgregeling tijdelijk. Partijen spraken later in kort geding af de regeling te hervatten.
De rechtbank oordeelde dat de hoofdverblijfplaats bij de moeder blijft, gelet op de recente overeenstemming en het belang van het kind. De zorgregeling werd aangepast: het kind verblijft wekelijks van zondag 9:00 uur tot dinsdag 8:30 uur bij de vader, die het kind naar de peuterspeelzaal brengt, waarna de moeder het ophaalt. Tevens verblijft het kind eens per maand op zaterdag bij de vader en wordt de helft van de vakanties en feestdagen bij de vader doorgebracht. De rechtbank benadrukte dat de regeling aansluit bij de behoeften van het kind en dat ouders beschikbaar moeten zijn voor het kind, niet andersom.