Verzoekster heeft een schuldregeling aangeboden aan vijftien concurrente schuldeisers voor een bedrag van 7,11% van de totale vordering, gebaseerd op de NVVK-norm. Veertien schuldeisers stemden in, één schuldeiser weigerde. Verzoekster werkt fulltime en is gemotiveerd om haar schulden af te lossen.
De rechtbank stelt vast dat de weigering van de schuldeiser niet redelijk is gezien het aandeel van 21,05% in de totale schuld en het feit dat een ruime meerderheid instemt. Het voorstel is getoetst door een onafhankelijke partij en goed gedocumenteerd. Verzoekster voldoet aan de werkverplichting en staat onder beschermingsbewind, waardoor nieuwe schulden onwaarschijnlijk zijn.
De rechtbank concludeert dat de belangen van verzoekster en de instemmende schuldeisers zwaarder wegen dan die van de weigeraar. Het verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen. De kosten van de procedure worden op nihil gesteld.