Verzoeker heeft op grond van artikel 287b, eerste lid, Faillissementswet een voorlopige voorziening gevraagd om de ontruiming van zijn huurwoning op te schorten. De rechtbank stelt vast dat sprake is van een bedreigende situatie aangezien een vonnis tot ontruiming is uitgesproken en de ontruiming gepland staat.
Verzoeker heeft aangetoond dat hij sinds 1 februari 2022 een arbeidsovereenkomst heeft voor 38 uur per week met een salaris van €1.804,17, en dat hij de huur voor augustus en september 2022 heeft betaald. Tevens is een aanvraag voor beschermingsbewind ingediend en kan budgetbeheer worden opgestart ter overbrugging. Verweerster heeft twijfels over de betalingsmoraal van verzoeker vanwege eerdere beëindiging van een minnelijke regeling en het oplopen van de schuld.
De rechtbank weegt het belang van verzoeker om in de woning te blijven en het schuldhulpverleningstraject te doorlopen zwaarder dan het belang van verweerster om het vonnis uit te voeren. Daarom wordt de voorlopige voorziening voor zes maanden toegewezen onder de voorwaarde dat de lopende termijnen tijdig worden voldaan. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard, met mogelijkheid tot hernieuwd verzoek.