Verzoeker heeft een schuldregeling aangeboden aan zestien concurrente schuldeisers, waarbij 5,08% van de totale schuld van €32.995,82 wordt betaald. Veertien schuldeisers stemden in, maar twee schuldeisers, waaronder Nationale Nederlanden Bank N.V. (NN), weigerden vanwege het lage bedrag. Verzoeker heeft medische klachten en is vrijgesteld van inspanningsplicht tot oktober 2022, waardoor hij geen hoger inkomen kan genereren.
De rechtbank stelt vast dat het aanbod is getoetst door een onafhankelijke partij, de Kredietbank Rotterdam, en goed gedocumenteerd is. De belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers wegen zwaarder dan die van de weigerende schuldeisers. De rechtbank oordeelt dat het dwangakkoord het uiterste is wat verzoeker kan bieden en dat het voorstel gunstiger is dan een wettelijke schuldsaneringsregeling.
Daarom beveelt de rechtbank NN en de andere schuldeiser in te stemmen met de regeling, veroordeelt hen in de proceskosten en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling af. Het vonnis treedt in de plaats van vrijwillige instemming en is uitvoerbaar bij voorraad.