ECLI:NL:RBROT:2022:8369

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
16 september 2022
Publicatiedatum
7 oktober 2022
Zaaknummer
C/10/643326 / JE RK 22-1955
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BWArt. 12 Wet beëdigde tolken en vertalers
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek ondertoezichtstelling kind wegens ontbreken ernstige ontwikkelingsbedreiging

De Raad voor de Kinderbescherming heeft een ondertoezichtstelling van een minderjarig kind verzocht vanwege de onzekere verblijfstatus van de moeder en de mogelijke gevolgen daarvan voor het kind. De moeder verblijft samen met het kind bij een steunpunt voor ongedocumenteerden en ontvangt ondersteuning. De Raad en de gecertificeerde instelling (GI) menen dat de situatie van de moeder een bedreiging vormt voor de ontwikkeling van het kind, mede door de onzekerheid over de verblijfsvergunning en de weigering van de moeder om terug te keren naar Griekenland.

De moeder is niet bereid terug te keren naar Griekenland vanwege een gewelddadige ex-partner en zet zich in voor een betere toekomst voor haar kinderen. De GI ondersteunt de moeder en houdt toezicht op de veiligheid van het kind. De moeder voldoet aan de afspraken met de hulpverlening en toont bereidheid tot samenwerking.

De kinderrechter oordeelt dat niet is voldaan aan het wettelijke criterium voor ondertoezichtstelling omdat er geen ernstige ontwikkelingsbedreiging is. De belangrijkste doelen van de ondertoezichtstelling betreffen de verblijfstatus, wat buiten de taak van de GI valt en waarvoor juridische ondersteuning nodig is. Daarom wordt het verzoek afgewezen en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Verzoek tot ondertoezichtstelling van het kind wordt afgewezen wegens ontbreken van een ernstige ontwikkelingsbedreiging.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaakgegevens: C/10/643326 / JE RK 22-1955
datum uitspraak: 16 september 2022

beschikking

in de zaak van

de Raad voor de Kinderbescherming regio Rotterdam-Dordrecht,

hierna te noemen de Raad, gevestigd te Rotterdam,
betreffende
[naam kind], geboren op [geboortedatum kind] 2022 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen [naam kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[naam moeder],

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder].

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de Raad van 17 augustus 2022, ingekomen bij de griffie op 22 augustus 2022.
Op 16 september 2022 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld. Gehoord zijn:
- de moeder,
- een vertegenwoordiger van de Raad, [naam 1],
- een vertegenwoordigster van de gecertificeerde instelling Leger des Heils Jeugdbescherming en Reclassering, hierna te noemen de GI, [naam 2].
Aangezien de moeder de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig is, maar wel de Engelse taal, heeft de kinderrechter het verhoor doen plaatsvinden met bijstand van [naam 3], tolk in de Engelse taal. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de tolk is beëdigd overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 van Pro de Wet beëdigde tolken en vertalers.

De feitenHet ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.

[naam kind] woont bij de moeder.

Het verzoek

De Raad heeft de ondertoezichtstelling van [naam kind] verzocht voor de duur van negen maanden.

Het standpunt van de Raad

De Raad handhaaft ter zitting het verzoek en licht het als volgt toe. De Raad is van mening dat de situatie van de moeder een ernstige bedreiging vormt voor de ontwikkeling van [naam kind]. De moeder en [naam kind] hebben geen recht op een verblijfsvergunning in Nederland, omdat de moeder al eerder verblijf in Griekenland heeft gekregen. De moeder wil niet terugkeren naar Griekenland in verband met haar gewelddadige ex-partner. Zij verkiest een leven in de illegaliteit boven een terugkeer naar Griekenland. [naam kind] is een zeer kwetsbare baby en groeit op in een zeer onzekere situatie. Er zijn geen zorgen over de opvoedvaardigheden van de moeder. Wel vindt de Raad het van belang dat de moeder en [naam kind] zo veel mogelijk ondersteund worden in de onzekere situatie waar ze nu in zitten. Er zijn veel juridische onzekerheden, waar de moeder een advocaat bij nodig heeft. Het is op dit moment voor de Raad niet duidelijk of de moeder en [naam kind] binnen de ondertoezichtstelling wel aanspraak kunnen maken op trainings- of ondersteuningsprogramma’s die binnen dat kader geboden worden.
De belangrijkste doelen voor de ondertoezichtstelling zouden volgens de Raad moeten zijn:
dat [naam kind] opgroeit in een veilige, stabiele en gestructureerde opvoedomgeving;
dat er duidelijkheid is waar het toekomstperspectief ligt van [naam kind] en in welk land zij op gaat groeien;
moeder meldt zich bij de IND;
vader erkent [naam kind] en er is een plan indien dit niet gebeurt; en
moeder accepteert hulp en ondersteuning van de betrokken hulpverlening om alle praktische zaken te regelen.

Het standpunt van de GI

Volgens de GI is het haar taak om ervoor te zorgen dat de veiligheid van [naam kind] gewaarborgd is. De gevaren voor de ontwikkeling van [naam kind] schuilen in de procedures die nog moeten komen. De GI wil zien hoe de moeder daarmee omgaat en of zij in staat is [naam kind] daarin de bescherming te bieden die zij nodig heeft. De GI zal de moeder daarin waar nodig sturing bieden. De moeder verblijft sinds de bevalling van [naam kind] bij Stichting Rotterdamse Ongedocumenteerden Steunpunt. De deskundigen bij Stichting ROS zijn toegewijd om mensen zoals moeder te ondersteunen en hulpverlening te bieden. Zij hebben zicht op moeder en op [naam kind]. De moeder houdt zich aan de afspraken met de GI en Stichting Ros. Daarnaast zorgt moeder er altijd voor dat de hulpverlening aanwezig is als de GI bij moeder op bezoek komt. De GI heeft de moeder verteld dat zij een kleine kans heeft op een verblijfsvergunning in Nederland. Desondanks wil moeder alles op alles zetten om het te proberen. De GI zal de moeder ondersteunen om de gevaren die er voor [naam kind] zijn in de toekomst weg te nemen.

Het standpunt van de moeder

De moeder probeert net als de Raad en de GI te doen wat het beste is voor [naam kind]. Zij is bezig om de erkenning van [naam kind] door de vader te regelen. Door deze erkenning heeft zij misschien recht op een afgeleid verblijfsrecht. De moeder is niet bereid om terug te keren naar Griekenland. Zij wil dat haar twee kinderen die achterbleven zijn in Griekenland uiteindelijk naar Nederland komen. De moeder doet haar best om voor haar kinderen een betere toekomst te creëren.

De beoordeling

De kinderrechter is gelet op de overgelegde stukken en de behandeling van oordeel dat niet is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek.
Er is geen sprake van een ernstige ontwikkelingsbedreiging die een ondertoezichtstelling rechtvaardigt. Het gaat goed met [naam kind]. Er zijn geen zorgen over haar ontwikkeling of de opvoedvaardigheden van de moeder. De moeder verblijft samen met [naam kind] bij Stichting ROS, waar zij ondersteuning en hulpverlening krijgt. De moeder staat open voor hulp en komt haar afspraken met de hulpverlening na.
Bovendien is onvoldoende duidelijk wat de meerwaarde zou zijn van een eventuele ondertoezichtstelling. De belangrijkste doelen binnen de ondertoezichtstelling hangen samen met het krijgen van duidelijkheid rondom de verblijfstatus van de moeder. Dit gaat de wettelijke taak van de GI te buiten. Zoals ook de Raad opmerkt; alleen de IND en een advocaat kunnen de moeder hierin duidelijkheid bieden.

De beslissing

De kinderrechter:
wijst af het verzoek tot ondertoezichtstelling van [naam kind];
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2022 door mr. T. van den Akker, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. Borges Dias als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 7 oktober 2022.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.
AFSCHRIFT
Voor eensluidend afschrift.
De griffier van de rechtbank.
7 oktober 2022