De Raad voor de Kinderbescherming heeft een ondertoezichtstelling van een minderjarig kind verzocht vanwege de onzekere verblijfstatus van de moeder en de mogelijke gevolgen daarvan voor het kind. De moeder verblijft samen met het kind bij een steunpunt voor ongedocumenteerden en ontvangt ondersteuning. De Raad en de gecertificeerde instelling (GI) menen dat de situatie van de moeder een bedreiging vormt voor de ontwikkeling van het kind, mede door de onzekerheid over de verblijfsvergunning en de weigering van de moeder om terug te keren naar Griekenland.
De moeder is niet bereid terug te keren naar Griekenland vanwege een gewelddadige ex-partner en zet zich in voor een betere toekomst voor haar kinderen. De GI ondersteunt de moeder en houdt toezicht op de veiligheid van het kind. De moeder voldoet aan de afspraken met de hulpverlening en toont bereidheid tot samenwerking.
De kinderrechter oordeelt dat niet is voldaan aan het wettelijke criterium voor ondertoezichtstelling omdat er geen ernstige ontwikkelingsbedreiging is. De belangrijkste doelen van de ondertoezichtstelling betreffen de verblijfstatus, wat buiten de taak van de GI valt en waarvoor juridische ondersteuning nodig is. Daarom wordt het verzoek afgewezen en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad verklaard.