Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..De procedure
- de dagvaarding;
- de mondelinge behandeling.
2..De beoordeling
656,00
Rechtbank Rotterdam
In deze kortgedingprocedure vordert eiseres een straat- en contactverbod tegen gedaagde, die niet is verschenen op de zitting. De voorzieningenrechter constateert dat de dagvaarding correct is betekend en verleent verstek tegen gedaagde.
De vordering tot declaratoir oordeel wordt afgewezen vanwege het voorlopige karakter van kort geding. Eiseres legt uit dat gedaagde zich niet houdt aan een eerder opgelegd huisverbod en gedragsaanwijzing en recentelijk nog contact heeft gezocht bij haar woning. Dit onderbouwt het spoedeisend belang bij het contactverbod.
De voorzieningenrechter wijst het contactverbod toe voor de duur van één jaar na betekening van het vonnis. Gedaagde mag op geen enkele wijze contact opnemen met eiseres, ook niet in de nabijheid van haar woning. Daarnaast wordt een dwangsom opgelegd voor elke overtreding, met een maximum van € 25.000. De proceskosten worden aan gedaagde opgelegd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot een contactverbod van één jaar met een dwangsom bij overtreding en in de proceskosten.