Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- verzoekster;
- de heer [persoon A] , werkzaam bij PLANgroep (hierna: schuldhulpverlening).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster diende bij de rechtbank Rotterdam een verzoek in op grond van artikel 287a Faillissementswet om ABN Amro Bank te bevelen mee te werken aan een door haar aangeboden schuldregeling. Verzoekster heeft een arbeidsovereenkomst voor 32 uur per week, is ziekgemeld wegens PTSS en ontvangt een Ziektewetuitkering. Ze bood haar schuldeisers een regeling aan waarbij preferente schuldeisers 25,7% en concurrente schuldeisers 12,85% van hun vordering ontvangen, gebaseerd op een prognose van haar afloscapaciteit.
Vijf van de zes schuldeisers gingen akkoord met het voorstel, maar ABN, met een vordering van 65,02% van de totale schuld, weigerde. ABN stelde dat verzoekster niet gerechtvaardigd is gestopt met betalen, dat haar schuldensituatie niet problematisch is, en dat het voorstel onvoldoende financieel transparant is. ABN was bereid tot een minnelijke regeling maar maakte geen gebruik van de zitting.
De rechtbank oordeelt dat ABN in redelijkheid niet tot weigering kon komen gezien de belangenafweging. Het voorstel is deskundig getoetst, goed gedocumenteerd en het uiterste wat verzoekster kan bieden. Verzoekster zit in budgetbeheer, maakt geen nieuwe schulden en haar inkomen zal naar verwachting niet stijgen. De rechtbank acht het resultaat van het akkoord gunstiger dan een schuldsaneringsregeling. Daarom wordt ABN bevolen in te stemmen met het akkoord en veroordeeld in de proceskosten. Het subsidiaire verzoek tot schuldsanering wordt afgewezen.
Uitkomst: ABN wordt bevolen in te stemmen met de schuldregeling en veroordeeld in de proceskosten; subsidiaire schuldsanering wordt afgewezen.