Verzoeker heeft een dwangakkoord verzocht op grond van artikel 287a Faillissementswet nadat een schuldeiser, VGZ, weigerde in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. Aanvankelijk was een saneringskrediet voorgesteld, maar dit is gewijzigd naar een prognoseakkoord omdat verzoeker aannemelijk maakte dat hij binnen afzienbare tijd weer aan het werk kan.
De totale schuldenlast bedroeg circa €13.864 met een aanbod aan preferente en concurrente schuldeisers van respectievelijk 20,28% en 10,14%. Vijftien van de zestien schuldeisers stemden in met het voorstel, VGZ niet vanwege eerdere finale kwijting in 2019. De rechtbank toetste het voorstel, dat was getoetst door een onafhankelijke partij, en concludeerde dat het het uiterste is wat verzoeker kan bieden.
Verzoeker heeft PTSS-klachten en een WMO-arrangement, maar volgt een opleiding tot ervaringsdeskundige met uitzicht op werk. De rechtbank achtte de belangen van verzoeker en de meerderheid van schuldeisers zwaarder dan die van VGZ. Het verzoek tot dwangakkoord werd toegewezen, VGZ werd veroordeeld in de proceskosten en het subsidiaire verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling werd afgewezen.