ECLI:NL:RBROT:2022:8515
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens geldige vrijstelling leerplicht op grond van richtingbezwaren
De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak waarin de verdachte werd vervolgd wegens het niet inschrijven van zijn dochter op een school, in strijd met artikel 2 lid 1 van Pro de Leerplichtwet 1969. De verdachte had een beroep gedaan op vrijstelling op grond van artikel 5b van deze wet wegens overwegende bezwaren tegen de richting van het onderwijs, gebaseerd op zijn welbepaalde islamitische levensbeschouwing.
De verdediging stelde dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard vanwege een vormfout en schending van de AVG door het Bureau Leerplicht en Voortijdig schoolverlaten (LVS). De rechtbank oordeelde echter dat er geen sprake was van een onherstelbare vormfout of onrechtmatige gegevensverwerking en verklaarde het OM ontvankelijk.
Uit de stukken en de zitting bleek dat de verdachte zijn bezwaren concreet en onderbouwd had toegelicht, met een lijst van scholen in de nabijheid en de redenen waarom deze niet passend waren bij zijn levensbeschouwing. De rechtbank stelde vast dat de bezwaren betrekking hadden op de richting van het onderwijs en niet op de leerplicht zelf. Op grond hiervan werd de verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde feit.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens geldige vrijstelling op grond van overwegende bezwaren tegen de richting van het onderwijs.