ECLI:NL:RBROT:2022:8555
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter in familierechtelijke procedure
In een familierechtelijke procedure over hoofdverblijf, gezag en zorgregeling van een minderjarige dochter heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de behandelend rechter. Verzoeker stelde dat de rechter onvoldoende naar hem had geluisterd en te veel meeging in de stellingen van de tegenpartij zonder haar te verplichten deze te bewijzen.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld aan de hand van het proces-verbaal van de zitting en schriftelijke reacties. De rechter heeft betwist dat sprake was van partijdigheid en heeft toegelicht dat hij tijdens de zitting aandachtig naar beide partijen heeft geluisterd, vragen stelde en geen oordeel gaf over de stellingen ter zitting.
De wrakingskamer oordeelt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat het wrakingsverzoek onvoldoende zwaarwegende aanwijzingen bevat voor vooringenomenheid. Ook is vastgesteld dat verzoeker voldoende aan het woord is geweest en dat het niet verplichten van bewijslevering aan de tegenpartij tijdens de zitting gebruikelijk is in het kader van het onderzoek.
Daarom wordt het wrakingsverzoek afgewezen. De beslissing is op 17 oktober 2022 door de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor partijdigheid.