ECLI:NL:RBROT:2022:8565
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar terugvordering voorschot
Eiseres maakte bezwaar tegen een terugvordering van €4.023,82 opgelegd door het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam. Dit primaire besluit werd op 19 januari 2022 ingetrokken, waarna alleen een openstaande vordering van €970,83 resteerde. Verweerder verklaarde het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk.
Eiseres stelde dat haar bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk was verklaard omdat het bezwaar ook mede gericht zou zijn tegen de openstaande terugvordering van €970,83. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar zich niet van rechtswege richt tegen deze terugvordering, omdat deze bij een apart besluit van 6 januari 2022 was opgelegd en losstaat van het ingetrokken primaire besluit.
Daarom had eiseres bezwaar moeten maken tegen het besluit van 6 januari 2022 om de terugvordering van €970,83 aan te vechten. Het beroep werd daarom kennelijk ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.