Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
[persoon A1],
[persoon A2],
1..De procedure
- de dagvaarding van 19 januari 2022, met producties 1 t/m 13;
- de producties 14 t/m 19 van [persoon A1] c.s.;
- de akte overlegging producties, tevens wijziging eis, met producties 20 en 21;
- de conclusie van (voorwaardelijke) eis in reconventie, met producties 1 t/m 15;
- de mondelinge behandeling op 27 januari 2022;
- de pleitnota van [persoon A1] c.s.;
- de pleitnota van [persoon B] .
2..De feiten
- primair [persoon A1] c.s. te verbieden het pand te verkopen en te leveren en hen te verplichten om het eerste recht van koop met betrekking tot het pand gestand te doen, op straffe van een dwangsom;
- [persoon A1] c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [persoon B] van € 11.040,00 ter zake van corona-korting over de periode van 2020 en 2021;
- subsidiair [persoon A1] c.s. hoofdelijk te veroordelen tot betaling aan [persoon B] van € 30.000,00 zijnde de investering ter zake van de uitbreiding van het pand.
3..Het geschil in conventie
4..Het geschil in reconventie
5..De beoordeling in conventie
€ 1.016,00