Uitspraak
RECHTBANK Rotterdam
1..De procedure
- de dagvaarding van 11 maart 2022 met producties;
- de conclusie van antwoord van 1 juni 2022 met producties;
- de oproepingsbrief van 16 juni 2022;
- de brief van mr. Jongeneel van 23 augustus 2022 met producties;
2..De feiten
d.d. 01-09-2016 verstrekt aan SPIE. Hierop is het voorlopig ontwerp van de definitieve situatie te zien. SPIE heeft in deze tekening haar liggingsgegevens ingeladen en geconcludeerd dat er geen knelpunten zijn en geen noodzaak voor overleg. Doordat (hulp-)constructies zoals damwanden en ankers in de tekening ontbreken, is deze conclusie op basis van de tekening weliswaar te begrijpen. Echter als men wel in overleg was gegaan, dan was mogelijk duidelijk geworden dat in de werkvoorbereidingsfase nogmaals goed naar de raakvlakken moest worden gekeken.
in pdf hebben wij gecontroleerd en hierin zitten voor de damwanden en ankers geen relevante wijzigingen ten opzichte van het DO. De Vries heeft in de bijeenkomst toegelicht dat het ontwerp en de uitvoeringsmethode later nog een aantal keer gewijzigd zijn, ten gevolge van gesignaleerde zettingen. Wij achten deze wijzigingen niet relevant, omdat de noodzaak tot lokaliseren in de ontwerpfase had moeten worden vastgesteld, voordat sprake was van de wijzigingen tijdens de realisatie.
3..Het geschil
4..De beoordeling
- De Vries noemt als eerste het ontbreken van de theoretische diepteligging in het rapport. De Vries stelt dat voor een antwoord op de vraag of zij een verplichting had de gestuurde boring te lokaliseren zowel de theoretische horizontale ligging als de theoretische verticale ligging (diepteligging) meegenomen dient te worden. In zijn rapport heeft [naam deskundige] ten onrechte met de diepteligging geen rekening gehouden.
- In de tweede plaats noemt De Vries dat [naam deskundige] in zijn rapport onvoldoende heeft aangegeven zich ervan bewust te zijn dat de plaatsingswijzen van de grondankers op de tekening die is overgelegd als bijlage 4 bij het rapport anders is dan in de tekening die is overgelegd als bijlage 6 bij het rapport. De ontwerpen zijn in de loop van de tijd aangepast en [naam deskundige] gaat in zijn rapport ten onrechte uit van een tekening die in september 2018 is gemaakt (bijlage 4 bij het rapport) terwijl de plaatsing van de haakse damwand een half jaar eerder (op 26 januari 2017) heeft plaatsgevonden.
- In de derde plaats stelt De Vries dat de conclusie over het causale verband tussen de werkzaamheden van De Vries en het onbruikbaar worden van de kabels in de gestuurde boring door [naam deskundige] onvoldoende is onderbouwd.
- In de vierde plaats wijst De Vries erop dat de conclusie van [naam deskundige] dat alle kabels in de gestuurde boring onbruikbaar zijn geworden niet strookt met het incidentendetailrapport van BDG en dat [naam deskundige] over dit incidentendetailrapport niets opmerkt.
- In de vijfde plaats merkt De Vries met betrekking tot het rapport op dat de conclusie van [naam deskundige] dat alle kabels noodzakelijk dienden te worden hersteld onvoldoende is onderbouwd.
De Vries heeft in de bijeenkomst toegelicht dat het ontwerp en de uitvoeringsmethode later nog een aantal keer gewijzigd zijn, ten gevolge van gesignaleerde zettingen. Wij achten deze wijzigingen niet relevant, omdat de noodzaak tot lokaliseren in de ontwerpfase had moeten worden vastgesteld, voordat sprake was van de wijzigingen tijdens de realisatie.”
“diverse lokalisatiemethoden (bijvoorbeeld voorsteken en scannen)”dienen te worden gecombineerd met het grondroeren. Uit het woord “bijvoorbeeld” leidt de rechtbank af dat naast voorsteken en scannen er ook nog andere lokalisatiemethoden gebruikt zouden kunnen worden gecombineerd met het grondroeren om te kunnen spreken van werken zoals in een risicogebied. Wegborstelen en wegzuigen worden nog als alternatieve methoden in de CROW500 genoemd, maar onduidelijk is of deze lijst limitatief is.
“DVW[De Vries, toevoeging rb]
heeft bij aanvang van het project - gedurende de periode 29 november t/m 8 december 2017 - over het gehele tracé van de damwand (het stuk damwand in kwestie was slechts enkele meters breed) proefsleuven gegraven van van 1.50 meter diep en handmatig tot 1 meter breed, verder uitgebreid met de kraan tot 2 meter breed en plaatselijk tot zelfs 3 à 4 meter breed”Gesteld noch gebleken is dat deze werkwijze valt onder het graven met voorsteken zoals in de CROW500 omschreven. Evenmin is gesteld of gebleken dat De Vries heeft gescand, weggeborsteld of weggezogen tijdens het grondroeren.
buitenhaar zoekgebied lag.
5..De beslissing
woensdag 16 november 2022voor het nemen van een akte door beide partijen over wat is vermeld onder rechtsoverweging 4.28,