ECLI:NL:RBROT:2022:8590
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens vermeende vooringenomenheid in vreemdelingenbewaringzaken
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen mr. E.B.J. van Elden, rechter in bestuursrechtelijke vreemdelingenbewaringzaken, omdat de vertegenwoordiger van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid al in de zittingszaal aanwezig was voordat de zaak werd uitgeroepen. Verzoekers vreesden hierdoor vooringenomenheid van de rechter door mogelijk vooroverleg buiten hun aanwezigheid.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de situatie de vrees voor vooringenomenheid kan wekken, er geen concrete aanwijzingen zijn dat daadwerkelijk overleg heeft plaatsgevonden. De rechter heeft ter zitting verklaard dat er geen inhoudelijke bespreking was voorafgaand aan de zaak. De mededeling van de rechter wordt als betrouwbaar aangenomen, mede omdat dit eenvoudig geverifieerd had kunnen worden.
De rechtbank erkent het gebruikelijke principe dat partijen niet in de zaal aanwezig zijn voordat de zaak wordt opgeroepen om schijn van partijdigheid te voorkomen. Echter, in bestuursrechtelijke procedures met repeat-players zoals de Staatssecretaris, kan uit efficiencyoverwegingen een vertegenwoordiger in de zaal blijven. Dit was hier het geval en is niet onrechtmatig.
De wrakingskamer concludeert dat de vrees voor vooringenomenheid niet objectief gerechtvaardigd is en wijst het wrakingsverzoek af. De beslissing is op 27 september 2022 mondeling gegeven en op 4 oktober 2022 schriftelijk uitgewerkt.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van concrete aanwijzingen voor vooringenomenheid.